Namen Nederlands: Adderwortel Frysk: Njirrewoartel English: Common Bistort (Meadow Bistort, Bistort, Dragonwort, Easter Ledges, Snake Weed, Snakeweed) Français: Bistorte Deutsch: Schlangen-knöterich (Schlangenknöterich) Wetenschappelijk: Persicaria bistorta (Polygonum bistorta) Familie: Duizendknoopfamilie, Polygonaceae Beschrijving Afmeting: 20 tot 50 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni en juli, soms weer in de herfst. Wortels: De kruipende, gekronkelde en zwarte wortelstok wordt tot 1½ cm dik. De plant vormt uitlopers. Stengels: De rechtopstaande stengels zijn niet vertakt. De planten groeien vaak in dichte groepen. Blad: De wortelbladen vormen een rozet. Ze zijn 10 tot 20 cm lang, driehoekig-eirond, iets gegolfd en met een lange, gevleugelde steel. De bovenste stengelbladen zijn smaller, langwerpig-driehoekig en met een korte steel of geen steel en dan omvatten ze de stengel. Bloemen: De bloemen groeien in een dichtbloemige schijnaar van 1 tot 2 cm breed. De 5 bloemdekbladen zijn lichtroze of zelden wit en 4 tot 5 mm lang. Vruchten: Vaak ontstaat er maar weinig zaad. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke, humeuze, vaak kalkarme grond. Vaak op plaatsen met kwel (zand, leem en lichte rivierklei). Groeiplaatsen: Hooiland, beekdalgrasland, waterkanten (slootkanten, langs beken en riviertjes, langs spoorsloten en greppels), loofbossen (landgoedbossen), bron- en kwelplekken en bermen. Verspreiding Wereld
 In Europa, Noord- en Oost-Azië en Alaska. Elders soms ingeburgerd. Nederland
 Vrij zeldzaam in Noord-Brabant en in het zuidoosten, zeldzaam in Gelderland, Overijssel en in het noordoosten. Elders zeer zeldzaam. Vlaanderen
 Vrij algemeen in het oostelijke deel van Vlaanderen. Elders zeldzaam. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen in de Ardennen. Elders zeldzamer. Wetenswaardigheden De naam heeft betrekking op de wortelstok, die slangachtig gebogen is. Bistorta is samengesteld uit twee Latijnse woorden: bis betekent tweemaal en tortus is gedraaid. De medicinale eigenschappen waren al in de 15e eeuw bekend. De plant werd gebruikt als wondkruid of bloedstelpend middel. Ook was het door de vorm van de wortel in gebruik tegen slangenbeten en ander gif (volgens de signatuurleer). Het blad is rijk aan mineralen en is als groente op de manier van spinazie of sla te eten of in de soep te gebruiken. Ook werd het gebruikt bij het leerlooien. |