 | Namen Nederlands: Gewone brunel Frysk: Bijekuorke English: Selfheal (Common selfheal) Français: Brunelle commune Deutsch: Kleine Braunelle Wetenschappelijk: Prunella vulgaris Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae) Beschrijving Afmeting: 7 tot 45 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Mei t/m september. Stengels: De opstijgende tot rechtopstaande stengels zijn kort behaard of bijna kaal. De soort heeft bovengrondse uitlopers. Bladeren: De eironde tot langwerpige bladeren hebben een gave rand of zijn zwak gekarteld. De schutbladen zijn meer breed dan lang, hebben ook een gave rand en gaan aan de top plotseling over in een stekelpunt. Bloemen: De bloemhoofdjes (meestal 6-bloemige schijnkransen) vind je in de bladoksels van de schutbladen. De bloemen zijn blauwpaars of zelden roze en 0,8 tot 1½ cm groot, ongeveer 2 keer zo lang als de kelk. Ze hebben een grote bovenlip met 3 kleine tanden, een 2-slippige onderlip met 2 kleine zijslippen en 1 grote, franjeachtig getande middenslip. De kelktanden zijn toegespitst. De tand van de lange meeldraden is priemvormig en recht. Biotoop Bodem: Zonnige tot soms licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke grond, vaak min of meer verdichte, zwak zure tot kalkhoudende grond (leem, zand, zavel, veen en lichte klei). Groeiplaatsen: Bermen, grazige duinvalleien, leemafgravingen, langs bospaden, akkers, waterkanten, grasland, gazons, weinig bemeste weiland, ingezakte molshopen en glooiingen. Verspreiding Wereld
 In alle werelddelen, hoofdzakelijk in gematigde streken. Nederland
 Algemeen. Vlaanderen: Algemeen. Wallonië: Algemeen. |