Gewone brunel

Namen

Wetenschappelijk: Prunella vulgaris (Brunella vulgaris)

Nederlands: Gewone brunel

Frysk: Bijekuorke

English: Selfheal (Common selfheal)

Français: Brunelle commune

Deutsch: Kleine Braunelle

Familie: Lipbloemenfamilie, Lamiaceae (Labiatae)

Geslacht: Prunella, Brunel

Naamgeving: Brunella was de vroegere Latijnse naam van de plant. Brunella heeft te maken met het feit dat het bloemhoofdje opvallend bruine schut- en kelkblaadjes heeft. Brunella is later verandert in Prunella. Sommigen denken echter dat Prunella is afgeleid van Prunus (pruim), vanwege de overeenkomst van de bladen met die van Prunus spinosa. Vulgaris betekent gewoon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 7-45 cm.


TeunSpaans - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Karelj - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0

Wortels: Worteldiepte tot 20 cm.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De opstijgende tot rechtopstaande stengels zijn kort behaard of bijna kaal. De soort heeft bovengrondse uitlopers.


Michael Gasperl - CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: De eironde tot langwerpige bladeren hebben een gave rand of zijn zwak gekarteld. De schutbladen zijn meer breed dan lang, hebben ook een gave rand en gaan aan de top plotseling over in een stekelpunt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Michael Gasperl - CC BY-SA 3.0


Bff - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes (meestal zesbloemige schijnkransen) vind je in de bladoksels van de schutbladen. De bloemen zijn blauwpaars of zelden roze en 0,8-1½ cm, ongeveer twee keer zo lang als de kelk. Ze hebben een grote bovenlip met drie kleine tanden, een tweeslippige onderlip met twee kleine zijslippen en één grote, franjeachtig getande middenslip. De kelktanden zijn toegespitst. De tand van de lange meeldraden is priemvormig en recht.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


N-Baudet - CC BY-SA 3.0


N-Baudet - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot soms licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke grond, vaak min of meer verdichte, zwak zure tot kalkhoudende grond (leem, zand, zavel, veen en lichte klei).

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (gazons en licht bemest weiland), zeeduinen (grazige duinvalleien), afgravingen (leemgroeven), bossen (langs bospaden), akkers, waterkanten, ingezakte molshopen en glooiingen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koele streken op het noordelijk halfrond. Elders ingeburgerd.

Gewone brunel - Prunella vulgaris

Nederland: Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra