Glad walstro

Namen

Wetenschappelijk: Galium mollugo (Galium mollugo subsp. erectum, Galium album)

Nederlands: Glad walstro

Frysk: Glêde tongblier

English: Hedge bedstraw (False baby's breath, Great hedge bedstraw, Smooth bedstraw, Wild madder)

Français: Caille-lait blanc

Deutsch: Wiesen-Labkraut

Familie: Sterbladigenfamilie, Rubiaceae

Geslacht: Galium, Walstro

Kruising: Geelwit walstro (Galium x pomeranicum) is mogelijk de bastaard van Geel walstro en Glad walstro, maar het kan ook een bleekbloemige vorm van Geel walstro zijn.

Naamgeving: De naam walstro komt van wiegstro (wal=wieg). Walstrosoorten werden vroeger gebruikt (als stro) in wiegen. Galium komt van het Griekse gala (melk). Vroeger werden deze planten gebruikt om melk te stremmen (kaasbereiding). Mollugo betekent zacht.

Beschrijving

Afmeting: 30 cm tot 1,2 meter.

Levensduur: Overblijvend. Hemikryptofyt (winterknoppen op of iets onder de grond).

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september.

Wortels: De wortelstok is meestal roodachtig. Met lange ondergrondse uitlopers. Worteldiepte tot meer dan 1 meter.

Stengels: De stengels zijn weinig of niet behaard, vierkantig en glad. Vlak onder de bladkransen zijn ze vaak verdikt. Meestal liggen de stengels op de grond, soms zijn ze opstijgend of ze klimmen.

Bladeren: De lichtgroene, gewoonlijk in kransen van zes tot acht groeiende bladeren zijn langwerpig tot omgekeerd eirond, dun en hebben één nerf. Ze zijn 2-8 mm breed. De bladrand is meestal niet omgerold en vaak kaal. Bij de bladtop groeien stekelhaartjes.

Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Een losse en bloemrijke bloeiwijze, die meestal langwerpig is, maar soms smal en gedrongen (piramidevormig of pluimachtig). De witte bloemen zijn viertallig en 2-5 mm. De kroonbladen zijn toegespitst in een draadvormig verlengde punt. De bloemstelen zijn iets langer dan de bloemen.

Vruchten: Een splitvrucht (dopvrucht). Vaak is er maar één vruchtje per bloem. Deze is kaal, glad en iets rimpelig. Bij rijpheid is de dopvrucht zwart. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vaak tamelijk open plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet sterk bemeste, neutrale tot vaak kalkrijke en humusarme, maar ook wel vrij humusrijke grond (zand, leem, zavel, mergel en klei).

Groeiplaatsen: Bermen, dijken, lichte ruigten, grasland (ruig grasland, hooiland, weiland en kalkhellinggrasland), waterkanten (oeverwallen), bossen (lichte loofbossen), bosranden, struwelen, zeeduinen (duingrasland en duinstruwelen) en langs spoorwegen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa en Azië en in Noordwest-Afrika (Atlasgebergte).

Glad walstro - Galium mollugo

Nederland: Algemeen in Zuid-Limburg, in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in het rivierengebied. Elders vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordoosten.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in de duinen en langs de Maas. Zeldzamer in de Vlaamse zandstreek en in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Glad walstro - Galium mollugo

Wallonië: Zeer algemeen.

Oude illustraties

Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2015 Klaas Dijkstra, Langedijke