![]() |
| |
|
Glanshaver - Arrhenatherum elatius
Namen
Nederlands: Glanshaver (Frans raaigras)
Frysk: Houtraai
English: False oat-grass (Tall oatgrass, Tuber oat grass, Tuber oatgrass)
Français: Avoine élevée
Deutsch: Glatthafer
Wetenschappelijk: Arrhenatherum elatius
Familie: Grassenfamilie, Poaceae (Gramineae)
Beschrijving
Afmeting: 50 tot 150 cm.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: Mei t/m september.
Wortels: Glanshaver heeft hoogstens zeer korte, oranjeachtige wortelstokken.
Stengels: Soms zie je aan de voet enkele dicht bij elkaar staande kleine knollen. De stengelbasis is oranjeachtig. Dit gras vormt losse pollen. Er zijn geen uitlopers.
Bladeren: De onderste bladen zijn kaal of kort, zacht behaard, de bovenste zijn meestal kaa. Ze worden tot 1 cm breed, zijn van boven ruw en iets geribd. Eerst zijn ze ingerold. De voet van de onderste bladscheden is oranjeachtig. Het tongetje is 1 tot 3 mm groot en afgerond tot afgeknot.
Bloemen: Glanshaver heeft een rijkbloemige, vrij losse, rechtopstaande of aan de top knikkende pluim. De onderste pluimtakken staan in halve kransen met 5 tot 8, de langere takken met 3 of meer aartjes. De glanzende aartjes bevatten 2 tot 4 bloemen. Ze zijn eirond. De onderste bloem is mannelijk of, zelden 2-slachtig. De kelkkafjes komen niet tot de top van het aartje. Het onderste kelkkafje is 1-nervig en veel smaller en korter dan het 3-nervige bovenste.
Biotoop
Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak bemeste, zwak zure tot meestal kalkhoudende grond (zand, lichte klei, zavel, leem, löss en mergel).
Groeiplaatsen: Bermen, dijken, hooiland, langs bosranden, lichte loofbossen (beek- en rivieroeverwallen), heggen, jonge bosaanplant, akkerranden, spoorbermen, voormalige akkertjes en sloottaluds.
Verspreiding
Wereld: Europa, behalve in het uiterste noordoosten. Ook in Noordwest-Afrika en de Kaukasus. Ingevoerd in gematigde streken van andere werelddelen.

Glanshaver - Arrhenatherum elatius
Nederland: Gewone glanshaver: Algemeen, maar vrij zeldzaam in Drenthe, Zuidoost-Fryslân en het waddengebied.
Knolglanshaver: Voornamelijk langs de binnenduinrand, het Deltagebied en langs het IJsselmeer.
België: Gewone glanshaver: Algemeen, maar vrij algemeen in de Ardennen.
Knolglanshaver: Voornamelijk in de zuidelijke Ardennen.
Wetenswaardigheden
De soort wordt verdeeld in 2 ondersoorten.
Gewone glanshaver (Arrhenatherum elatius subsp. elatius) heeft geen knolvormig verdikte stengelvoet.
Knolglanshaver (Arrhenatherum elatius subsp. bulbosum) onderscheidt zich door de knolvormig opgezwollen onderste stengelleden (een knolvormige stengelvoet).
© 2001-2010 Klaas Dijkstra