|
|
|
|
|
Grijskruid - Berteroa incana
Namen
Nederlands: Grijskruid
Frysk: Mūneplant
English: Hoary alison (Hoary false madwort)
Franēais: Alysson blanc
Deutsch: Graukresse
Wetenschappelijk: Berteroa incana
Familie: Kruisbloemenfamilie, Brassicaceae (Cruciferae)
Beschrijving
Afmeting: 20 tot 70 cm.
Levensduur: Eenjarig of tweejarig.
Bloeimaanden: Juni t/m september.
Wortels: Een dunne penwortel.
Stengels: De rechtopstaande, slanke stengels zijn grijs door sterharen.
Bladeren: De langwerpig, door sterharen grijsachtige bladeren hebben meestal een gave rand, maar soms zijn ze grof getand. Ze zijn in de korte steel versmald en worden 3 tot 5 cm lang.
Bloemen: De 4 tot 6 mm grote bloemen hebben witte kroonbladen, die diep zijn ingesneden (2-spletig).
Vruchten: De hauwtjes zijn enigszins eivormig, omhoog gebogen en worden 0,45 tot 1 cm lang en 0,3 tot 0,5 cm breed. De zijden zijn enigszins bol. Verder zijn ze dicht behaard met sterharen en ongeveer 2 keer zo lang als breed. De hauwtjes vormen lange, dichte trossen.
Biotoop
Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselrijke, zandige of steenachtige grond
Groeiplaatsen: Spoordijken, bermen, duinen, kiezelgroeven, ruderale plaatsen, puin, industrieterreinen, bij havens, molenbelten en hellingen.
Verspreiding
Wereld: Steppegebieden in Midden-Aziė en Oost-Europa. Sinds de 18de eeuw ook in West-Europa.

Grijskruid - Berteroa incana
Nederland: Vrij zeldzaam in stedelijke gebieden, het rivierengebied en in het zuidoosten, elders zeer zeldzaam.
Belgiė: Vrij algemeen tot vrij zeldzaam, zeldzaam tot zeer zeldzaam in de Ardennen.
Wetenswaardigheden
Vroeger werd Grijskruid vaak aangevoerd met graan. De zaden kwamen samen met het graanafval terecht bij korenmolens, vandaar de Friese naam Mūneplant (molenplant).
© 2001-2010 Klaas Dijkstra