![]() |
| |
|
Hazelaar - Corylus avellana
Namen
Nederlands: Hazelaar
Frysk: Hazzenút
English: Hazel (European hazelnut)
Français: Noisetier
Deutsch: Gewöhnliche Hasel
Wetenschappelijk: Corylus avellana
Familie: Berkenfamilie, Betulaceae
Beschrijving
Afmeting: Tot 7 meter.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: Januari t/m april.
Wortels: Hazelaar wortelt oppervlakkig.
Stam: De struik is vaak al vanaf de voet vertakt. De schors is glad en bruin.
Takken: De borstelig behaarde, jonge takken hebben geen eindknop.
Bladeren: De 5 tot 12 cm grote, vrijwel ronde bladeren hebben een hartvormige voet en een toegespitste top. Vaak zijn ze ondiep gelobd, dubbel gezaagd en meestal zijn er minder dan 8 paar zijnerven.
Bloemen: De bloemen verschijnen lang voordat de bladeren er zijn. De 2 tot 8 cm lange, hangende mannelijke katjes groeien in groepjes van 1 tot 4. De helmknoppen zijn geel. De vrouwelijke bloemen staan met 2 of 3 (soms tot 6) bij elkaar. Tijdens de bloei steken alleen de rode draavormige stempels eruit.
Vruchten: De hazelnoten zijn bruin met een harde schaal en worden omgeven door een onregelmatig ingesneden, bekervormig omhulsel.
Biotoop
Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde plaatsen op vochtige, goed doorluchte, matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende, minerale grond (o.a. mergel, löss, leem, lemig zand en klei).
Groeiplaatsen: Loofbossen, hakhout, hagen, bosranden, beekoeverwallen en in de binnenduinen.
Verspreiding
Wereld: In Europa, behalve in het noordelijkste deel. Oostelijk tot aan de Kaspische Zee.
Hazelaar - Corylus avellana
Nederland: Algemeen op de hoge zandgronden, Zuid-Limburg en in de binnenduinen. Oorspronkelijk niet inheems in zeekleigebieden, laagveengebieden en op de Waddeneilanden.
België: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het kustgebied.
Wetenswaardigheden
De voor de noten gekweekte vormen behoren tot een andere soort (C. maxima). De struik was al bij de Grieken en de Romeinen in cultuur. Het hout brandt goed en levert prima houtskool. De buigzame tenen werden tot allerlei produkten gevlochten, zoals b.v. hekwerken en manden. Hazelaars werden hiervoor om de 7 jaar tot bij de grond afgekapt. Duizenden jaren geleden werden visserboten gemaakt van hazelaartenen, bespannen met huiden. Hazelaartakken werden ook gebruikt bij het bouwen van lemen hutten, de gevlochten takken werden tussen houten palen bevestigd en daarna bestreken met leem en stro. De tenen en de struiken werden vroeger veel voor heggen gebruikt. De tenen vlocht men tussen doornstruiken om de heg extra stevigheid te geven.
© 2001-2010 Klaas Dijkstra