 | Namen Nederlands: Hondsroos Frysk: Kantsjeroas English: Dog-rose Français: Églantier Deutsch: Hagebutte Wetenschappelijk: Rosa canina Familie: Rozenfamilie, Rosaceae Opmerking: Een zeer variabele struik, die wordt opgedeeld in verschillende soorten. Behaarde struweelroos = Rosa caesia Beklierde heggenroos = Rosa tomentella (Rosa obtusifolia) Heggenroos = Rosa corymbifera Kale struweelroos = Rosa dumalis Stijlroos = Rosa stylosa Schijnheggenroos = Rosa subcollina (Fastbusch-Rose, Rosier faux rosier des collines, Falsche Hecken-Rose) Schijnhondsroos = Rosa subcanina (False Dog Rose, Rosier faux rosier des chiens, Falsche Hunds-Rose) Rosa afzeliana Beschrijving Afmeting: 2 tot 3 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni en juli. Wortels: Meestal zonder wortelopslag. Takken: De takken zijn meestal boogvormig, maar soms groeien ze meer rechtop. Op de takken groeien brede, haakvormig gekromde stekels. Bladeren: De bladeren zijn 5- en 7-tallig. De deelblaadjes zijn langwerpig-eirond, enkel of dubbel gezaagd, niet of weinig glanzend, vaak iets blauwachtig en kaal tot dicht behaard. Klierharen ontbreken of ze groeien alleen aan de bladonderkant op de nerven. Bij wrijven ruik je geen appelgeur. Bloemen: De bloemen zijn zachtroze. De korte stijlen komen maar weinig buiten de bloemkroon uit. De kelkbladen zijn na de bloei teruggeslagen, en vallen af voordat de vrucht rijp is. De buitenste 2 kelkbladen zijn geveerd, met smalle lippen. Schijnheggenroos: Met een omhoog gerichte kelk. Vruchten: De bottels zijn oranjerood, zonder klieren. Schijnhondsroos: De bottelsteel is 2 tot 3 cm lang. De kelk staat eerst recht, maar is later vaak teruggeslagen aan de rijpe botte. Wel vrij lang blijvend. Biotoop Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige tot droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond. Schijnhondsroos: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op kalkhoudende of lemige grond. Schijnheggenroos: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op kalkhoudende of lemige grond. Groeiplaatsen: Heggen, bosranden, lichte loofbossen, bermen, struikgewas, uiterwaarden, moerasbosranden, duinvalleien, hellingen, dijken en spoorbermen. Schijnhondsroos: Duinen, struwelen, heggen en bosranden. Schijnheggenroos: Duinen, struwelen, heggen en bosranden. Verspreiding Wereld
 In Europa, behalve in de noordoostelijkste delen. Ook in Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. Schijnhondsroos: Het vaste land van Europa, noordelijk tot Zuid-Noorwegen. Nederland
 Vrij algemeen. Schijnhondsroos: Zeldzaam. Het meest in de kalkhoudende duinen, op de Waddeneilanden en in Zuid-Limburg, verder verspreid op lemige grond. Schijnheggenroos: Zeldzaam. Het meest in de kalkhoudende duinen, op de Waddeneilanden en in Zuid-Limburg, verder verspreid op lemige grond. Vlaanderen: Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in Vlaanderen en de Kempen. Schijnhondsroos: Zeldzaam in de duinen. Wallonië: Vrij algemeen. Wetenswaardigheden Het woord voor roos komt via het Griekse rodon van het Oudperzische wurdo, waar het 'doornstruik' betekende. De soortnaam canina, Latijn voor 'honds', slaat op de overtuiging van de oude Grieken dat deze roos hondenbeten genas. Plinius noemde de plant daarom rosa canina (=hondsroos). Vroeger werd een extract van de wortel gebruikt als geneesmiddel tegen hondsdolheid. De Hondsroos is bekend om zijn lange levensduur en is door vele vorstenhuizen en adellijke geslachten als symbool gekozen. De bottels bevatten veel vitamine C. In de Tweede Wereldoorlog hield de Engelse regering een grote campagne om bottels te verzamelen omdat Duitse onderzeeërs de aanvoer van sinaasappels belemmerden. Van de bladeren kan een zachte, versterkende thee worden getrokken. |