 | Namen Nederlands: Jeneverbes Frysk: Jeneverstrûk English: Common Juniper Français: Genévrier commun Deutsch: Wacholder Wetenschappelijk: Juniperus communis Familie: Cypresfamilie, Cupressaceae Beschrijving Afmeting: Meestal tot 3 meter, soms tot 12 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April en mei. Stam: De vanaf de voet vertakte stam kan breed uit groeien, maar ook zuilvormig zijn. Takken: De zeskantige takken kunnen opstijgend zijn of ze staan rechtop. Bladeren: De wintergroene naalden groeien in kransen van 3. Ze zijn blauwgroen, sterk afgeplat, 1 tot 2 cm, lang priemvormig met een scherpe punt, van boven dof en gootvormig en van onderen glanzend met 1 witte streep. Bloemen: De struiken zijn tweehuizig. De geleige bloemen groeien in de bladoksels. Vrouwelijke bloemen hebben 2 tot 4 vruchtschubben. Vruchten: De ronde kegelbessen zijn 5 tot 9 mm groot. Eerst zijn ze lichtgroen, in het 2e jaar rijpen ze en worden dan blauw. Biotoop Bodem: Zonnige, open plekken op droge, voedselarme, zwak zure tot zure grond (stenige plaatsen en zand, vooral voormalig stuifzand). In België ook op natte, zure veenbodems en op droge kalkhellingen. Groeiplaatsen: Stuifzand, duinen, open naaldbossen, struwelen, heide, rotsige hellingen en open plekken in loofbossen. Verspreiding Wereld
 Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Nederland
 Vrij zeldzaam tot zeldzaam in de zandstreken in het oosten en midden en zuiden, het meest in Drenthe, Overijssel en Gelderland. Zeer zeldzaam in de duinen van Texel en Vlieland en noordelijk Noord-Holland. Rode lijst 2. Sterk afgenomen. Beschermd. Vlaanderen
 Zeldzaam in de Kempen, met name in het oosten (Limburg). Rode lijst. Kwetsbaar. Beschermd. Wallonë: Zeldzaam in de Ardennen en Lotharingen. Rode lijst. Kwetsbaar. Beschermd. Wetenswaardigheden De oude Egyptenaren gebruikten de aromatische olie uit de naalden, samen met andere oliën, voor het mummificeren van hun doden. De naalden en takken werden, samen met beukenhout, gebruikt voor het roken van ham. In de Middeleeuwen verbrandde men de naalden en takken om het kwaad weg te houden, en samen met beukenhout, voor het roken van hammen. Vroeger dacht men dat de bessen de pest zouden voorkomen, beten van wilde dieren zouden er door genezen en het zou een werkzaam tegengif vormen. De bessen bevatten geurige, scherp smakende stoffen en worden gebruikt als keukenkruid en voor het aromatiseren van jenever (de naam jenever komt van Juniperus). |