| Namen Nederlands: Paardenbloem (Gewone paardenbloem, Paardebloem) Frysk: Hynsteblom English: Dandelion (Common dandelion, Broad-lobe dandelion) Français: Pissenlit Deutsch: Löwenzahn Wetenschappelijk: Taraxacum officinale (Leontodon taraxacum) Familie: Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) Opmerking: Er worden veel soorten of microsoorten onderscheiden. In ons gebied komen er minstens 250 voor. Enkele daarvan zijn: Zandpaardenbloem (Taraxacum laevigatum) Oranjegele paardenbloem (Taraxacum. obliquum) Duinpaardenbloem (Taraxacum erythrospermum) Schraallandpaardenbloem (Taraxacum celticum) Haakpaardenbloem (Taraxacum hamatum) Moeraspaardenbloem (Taraxacum palustre). Beschrijving Afmeting: 10 tot 50 cm. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: April en mei, soms ook in augustus t/m oktober. Wortels: Een lange penwortel. Stengels: De holle stengel draagt 1 bloemhoofdje. Aan de stengel zitten geen bladeren. De stengel bevat melksap. Bladeren: De bladeren vormen een worterozet. Ze zijn langwerpig, gelobd, veerspletig of getand en grasgroen. Bloemen: Het gele bloemhoofdje staat aan de top van de stengel en is 3 tot 6 cm groot. Soms is het van buiten oranjerood. Er zijn alleen lintbloemen. Deze zijn vlak of soms ingerold. Vruchten: De zaden zijn rood, bruin of strokleurig en bij de top het breedst. Daar zitten meestal kleine stekeltjes. Het vruchtpluis is wit. Biotoop Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op droge tot natte, voedselarme tot voedselrijke, matig zure tot kalkrijke, zoete tot zilte grond (alle grondsoorten). Groeiplaatsen: Grasland, bermen, gazons, uiterwaarden, duinstruikgewas, laagblijvend duingrasland, duinhellingen, duinvalleien, hoge kwelders, zandduintjes, dijken,braakliggende grond, muren, puin, spoorbermen, akkerranden, tussen bestrating, boomgaarden, bosranden, bospaden en steile wanden van bosbeken. Verspreiding Wereld
 Van de poolstreken tot in warm-gematigde gebieden. In de tropen alleen in gebergten. Nederland
 Gewone paardenbloem: Zeer algemeen.
 Oranjegele paardenbloem: Vrij algemeen in de duinen.
 Zandpaardenbloem: Algemeen in de duinen en op de hoge zandgronden, vrij zeldzaam in Zuid-Limburg.
 Moeraspaardenbloem: Vrij zeldzaam. Het meest in het kustgebied. Rode lijst 2. Sterk afgenomen.
 Schraallandpaardenbloem: Zeldzaam. Rode lijst 3. Matig afgenomen. Vlaanderen: Gewone paardenbloem: Zeer algemeen. Oranjegele paardenbloem: Waarschijnlijk niet in Vlaanderen. Zandpaardenbloem: Vrij algemeen tot vrij zeldzaam. Moeraspaardenbloem: Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Schraallandpaardenbloem: Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Wallonië: Gewone paardenbloem: Zeer algemeen. Oranjegele paardenbloem: Waarschijnlijk niet in Wallonië. Zandpaardenbloem: Vrij algemeen tot vrij zeldzaam. Moeraspaardenbloem: Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Schraallandpaardenbloem: Zeldzaam tot zeer zeldzaam. Wetenswaardigheden De officiele naam van de paardenbloem eindigt of officinale en dat betekent dat de plant in kloostertuinen gekweekt moest worden. Het kruid is vochtafdrijvend en versterkt de lever en gal in de aanmaak van spijsverteringssappen. Ook is het een mineraal- en vitaminerijke plant. Paardenbloem (Molsla) wordt ook wel als sla gegeten. Om de bitterheid te doen verminderen laat men de blaadjes eerst een uur in het water liggen. Vaker worden de planten in het donker gekweekt (net als witlof), waardoor ze bleek blijven en niet bitter smaken. Het melksap is licht giftig, gebruik de stengels daarom niet in salades. In Frankrijk wordt er jam gemaakt van de bloemen (zonder het groen). Het melksap werd gebruikt om wratten aan te stippen. Van de planten kun je ook prima plantenmest maken. Je overgiet de volledige planten met kokend water. Je laat het rustig afkoelen en gebruikt daarna het water als plantenbemesting. |