 | Namen Nederlands: Pitrus Frysk: Ruske pit English: Soft Rush (Common rush, Cork Screw Rush) Français: Jonc diffus Deutsch: Flatter-Binse Wetenschappelijk: Juncus effusus Familie: Russenfamilie, Juncaceae Beschrijving Afmeting: 20 cm tot 1,4 meter. Levensduur: Overblijvend. Bloeimaanden: Juni t/m augustus. Wortels: Een korte, gedrongen wortelstok. Stengels: De glanzende stengels zijn glad en gevuld compact merg. Pitrus vormt dichte en vaak grote pollen. Bladeren: De wortelstandige schedeachtige bladeren zijn roodbruin tot zwartbruin en hebben meestal geen bladschijf. De schede van het onderste schutblad van de bloeiwijze heeft sterk ingerolde randen en is vrij smal. Het schutblad knakt niet snel. Bloemen: De bloeiwijze is meestal los, maar soms ineengedrongen. Meestal zijn er per bloem 3 meeldraden. Vruchten: De vruchten zijn glanzend bruin tot groenig. Aan de top zit een indeuking of afplatting, waarin de rest van de stijl zit. Biotoop Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure, kalkarme, vaak verstoorde grond. Ook in zwak brak milieu (het meest op zand, leem en veen). Groeiplaatsen: Waterkanten (o.a. langs pas gegraven vijvers), tijdelijk overstroomd grasland, bermen, heide (langs vennen, die bemest zijn door kapmeeuwe en op en langs paden), moerassen, ruigten, afgravingen, bospaden, plantsoenen, tuinen, in de voegen van bestrating en andere verhardingen, natte loofbossen (broekbossen, bronbossen, beekbossen en humusrijke hellingbossen), greppels, kapvlakten, karrensporen, duinen (duinvalleien) en veenmosrietland. Verspreiding Wereld
 In alle werelddelen, in gematigde streken en in een deel van de tropen. Het meest in gebieden die niet te ver van zee liggen. In Europa noordelijk tot in Midden-Noorwegen en Zuid-Finland. Nederland
 Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in zeekleigebieden. Vlaanderen
 Zeer algemeen, maar zeldzamer in de Polders. Rode lijst. Niet bedreigd. Wallonië: Algemeen. |