Namen
Nederlands: Wilde kamperfoelie (Kamperfoelie)
Frysk: Papsûger
English: Common honeysuckle (English Wild Honeysuckle)
Français: Chèvrefeuille des bois
Deutsch: Wald-Geißblatt
Wetenschappelijk: Lonicera periclymenum (Lonicera caprifolium)
Familie: Kamperfoeliefamilie, Caprifoliaceae
Geslacht:
Lonicera, Kamperfoelie
Naamgeving: De Nederlandse naam is een verbastering van het Latijnse caprifolium (geitenblad). Lonicera is genoemd naar Adam Lonicer of Lonitzer, een Duitse botanicus (1528-1586). Periclymenum is een Griekse plantennaam en betekent " omranker" . Deze naam is weer afkomstig van het Griekse perikleiein (ontwinden).

Beschrijving
Afmeting: 2 tot 6 meter.
Levensduur: Overblijvend. Fanerofyt (winterknoppen minstens 50 cm boven de grond, liaan).
Bloeimaanden: Juni, juli en augustus, soms ook nog in september en oktober.
Wortels: Worteldiepte tot 10 cm.
Stengels: De houtige stengels zijn rechtswindend of kruipend en worden tot enkele meters lang. De beharing verdwijnt met het ouder worden.
Bladeren: De bladeren staan tegenover elkaar in tweetallen. Ze zijn van boven donkergroen en van onderen blauwgroen. Ze zijn eivormig tot langwerpig en 4 tot 10 cm lang. Meestal hebben ze een kale rand en een kort toegespitste top. Ze zijn wigvormig in een korte steel versmald. Het bovenste paar is onder de bloeiwijze niet gesteeld. De bladeren van de bloeiende takken zijn niet vergroeid aan de voet.
Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zitten in gesteelde hoofdjes. Ze zijn klierachtig behaard, geelwit en soms zijn ze rood of paars aangelopen. Ze zijn 4 tot 5 cm lang en hebben 2 lippen. De nauwe buis is minstens 2 cm lang en iets gekromd. De bovenlip en de onderlip krommen zich tijdens de bloei achterover. De lange helmknoppen zijn in het midden scharnierend bevestigd aan de helmdraden, die meer dan 1 cm buiten de kroon uitsteken. De stijl steekt nog verder uit. De bloemen verspreiden een sterke geur.
Vruchten: Een bes. De bessen zijn rood en niet met elkaar vergroeid. Ze zijn zwak giftig. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Biotoop
Bodem: Zonnige tot beschaduwde plaatsen op droge tot vrij natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak tot matig zure, meestal kalkarme, maar soms kalkhoudende, humeuze grond (zand, leem, veen en stenige plaatsen).
Groeiplaatsen: Bossen (open plekken in loofbossen), bosranden, struwelen, heggen, rotsen, klippen, moerassen, waterkanten (slootkanten) en zeeduinen.

Verspreiding
Wereld
Wilde kamperfoelie - Lonicera periclymenum
In West-Europa. Noordelijk tot West-Noorwegen, zuidelijk tot in Marokko en oostelijk tot in Polen, de Kaukasus en de Alpen. Zeer zeldzaam in Italië. Ingeburgerd in het oosten van Noord-Amerika.

Nederland

Algemeen, maar zeldzaam in kleistreken.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Vlaanderen
Wilde kamperfoelie - Lonicera periclymenum
Algemeen, maar zeldzaam in de Polders. Het meest in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië Algemeen.

Wetenswaardigheden
De bloemen staan in paren aan weerszijden van de stengel en werden daardoor een symbool van twee geliefden. Men meende dat als er kamperfoeliebloemen in huis kwamen, een bruiloft spoedig zou volgen. In het jaar 77 schreef Dioscorides over de gunstige werking van een drankje, gemaakt van de zaden, op nierkwalen en vermoeidheid. Ook bij hoofdpijn, longinfecties en astma werd kamperfoelie gebruikt. In het laatste geval werden de bloemen in huis gestrooid. Omdat de bloembodem diep ligt kunnen bijen er niet bij. Hommels en vlinders bezoeken de bloemen. Ook de Zevenslaper (een muizensoort) bezoekt de plant, maar met de bedoeling stukjes van de bast af te knagen.

Wilde kamperfoelie - Lonicera periclymenum

Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 4 (1800)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)
Wildes Geissblatt

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2016 K.M. Dijkstra