Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Aardaker - Lathyrus tuberosus

Andere namen

Frysk: Reade skuontsjes

English: Tuberous pea

Français: Gesse tubéreuse

Deutsch: Knollige Platterbse

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde:Fabales

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Lathyrus

Soort: Lathyrus tuberosus

Naamgeving (Etymologie): Lathyrus komt van het Griekse Lathyros: een erwtensoort die vroeger door arme mensen werd gegeten. Lathyrus is een samenstelling van la (zeer) en thuros (afvoerend, prikkelend, heftig en onstuimig), omdat twee Zuid-Europese lathyrussoorten als geslachtsdrift opwekkend bekend stonden. Tuberosus betekent met knollen, hetgeen slaat op de knolvormige verdikkingen aan de wortelstok.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-90 cm.


AnRo0002 - CC0


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0

Wortels: Ondergrondse uitlopers met 1-1,5 cm brede knolletjes op de vertakkingspunten.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


bisque.cyverse.org - CC0-1.0

Stengels: De meestal kale, liggende, opstijgende of klimmende stengels zijn kantig en niet gevleugeld.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


kuleuven-kulak.be

Bladeren: De geveerde bladen bestaan uit één paar ovale tot langwerpige, 1,5-4,5 cm lange, niet-vlezige, aan de top afgeronde en iets stekelpuntige deelblaadjes (fijn toegespitst) en een al of niet vertakte rank. De smalle steunblaadjes zijn half-pijlvormig.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be

Bloemen: Tweeslachtig. Lang gesteelde trossen met twee tot zeven welriekende bloemen. Ze zijn helderrood of roze, 1,2-2 cm en met een brede vlag. De min of meer witte kiel is met het vruchtbeginsel linksom gedraaid.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Bogdan Giusca - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een dopvrucht. Tweezaadlobbig. De 2-4 cm lange peulen zijn onbehaard. De zaden zijn giftig.


Enrico Romani - CC BY-NC-ND 4.0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0


Roger Culos - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, maar stikstofarme, kalkhoudende grond (rivierklei, leem, löss, zavel en zand).

Groeiplaatsen: Akkers (randen van lemige graanakkers), langs spoorwegen, bosranden, struwelen, heggen, plantsoenen, ruigten, stortterreinen, braakliggende grond, grasland (o.a. open plekken op rivierdijken), bermen, waterkanten (vooral hoge, steile slootkanten) en zeeduinen (duinvalleien en verlaten duinakkertjes).

Verspreiding

Wereld: Van Midden-Azië door Oost- en Midden-Europa tot in Noord-Spanje. Ook in Engeland en het Oostzeegebied. Ingeburgerd in Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in het rivierengebied en in Zeeland. Vrij zeldzaam in de Hollandse duinen en Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems. Beschermd.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in het kustgebied (het meest in de Polders). Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasdistrict en Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Toepassingen

Keuken: De zaden zijn giftig. De knollen werden vroeger gegeten. Te veel eten kan echter tot vergiftigingsverschijnselen leiden ('lathyrisme'). De knolletjes werden als aardappels gekookt of net als tamme kastanjes gepoft. Uit het meel ervan werd vroeger brood gebakken. Ook dienden ze als koffiesurrogaat of varkensvoer. Ze konden eveneens tot plantaardige olie worden verwerkt.

Parfum: In de zestiende eeuw werd uit de bloemen parfum gewonnen.

Vermeerderen: Scheuren. De knolletjes uitplanten. Zaaien: april-juli op een warm plekje. De zaden voorweken bevordert een snelle ontkieming.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Cruijdeboek, deel 4, Rembert Dodoens. Corenen, Legumina, Distelen ende dyerghelijcke (1554)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 6, J.W. Palmstruch e.a., (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1901-1905)


Flora regni borussici, deel 8, A.G. Dietrich (1837-1844)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra