Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Aardbeiganzerik - Potentilla sterilis

Andere namen

Frysk: Ierdbeisulverblêd

English: Barren Strawberry

Français: Potentille faux-fraisier

Deutsch: Erdbeer-Fingerkraut

Verouderde of andere namen: Potentilla fragariastrum, Fragaria sterilis

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Potentilla (Ganzerik)

Soort: Potentilla sterilis

Naamgeving (Etymologie): Potentilla komt van het Latijnse woord potens (krachtig). Dit vanwege de geneeskrachtige werking. De naam sterilis betekent onvruchtbaar en dan in de betekenis van de plant brengt geen aardbeien voort (de vruchten worden niet vlezig).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Maart, april en mei, maar soms ook veel later.

Afmeting: 5-15 cm.


Fornax - Public Domain


Hermann Schachner - CC0


Walter Isack - CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be

Wortels


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Een harige plant met kruipende stengels en bovengrondse uitlopers. De plant groeit gewoonlijk in groepen en lijkt veel op Bosaardbei.


Hermann Schachner - CC0


Jean-Marie Martig - CC BY-SA 2.0 FR


AnRo0002 - CC0


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De blauwgroene, drietallige bladen (met breed-eironde deelblaadjes) zijn ondieper getand dan die van Bosaardbei en de tanden zijn stomp aan de rand zijn ze wit gewimperd. De tand aan de top van elk deelblaadje is doorgaans iets korter dan de twee naastliggende tanden, omzoomd door witte uitstekende haren. De blaadjes zijn van onderen grijsviltig. De deelblaadjes zijn 0,5-2,5 cm lang.


Krzysztof Golik - CC BY-SA 4.0


S. Rae - CC BY 2.0


kuleuven-kulak.be


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen staan alleen of in armbloemige bloeiwijzen. Ze zijn kleiner dan die van Bosaardbei (1-1,5 cm) , met witte, omgekeerd hartvormige, ongeveer 5 mm lange kroonbladen die elkaar met de randen niet bedekken. Aan de top zijn ze schelpvormig uitgesneden. De kroonbladen zijn even lang of iets langer dan de kelk.


Julien Barataud - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Echardour - CC BY-SA 2.0 FR


AnemoneProjectors - CC BY-SA 2.0


Hermann Schachner - CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig. De bloembodem wordt na de bloei niet vlezig. De vruchtjes zijn klein, droog en kaal, met aan de voet een wit aanhangseltje. Ze worden door mieren verspreid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar).


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot meestal licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, voedselarme, zwak zure tot licht basische, kalkhoudende, humusrijke grond (zand, leem, löss en mergel). Vaak op plekken, die enigszins zijn (oppervlakkig) verstoord.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen, hellingbossen en langs bospaden), bosranden, struwelen, heggen, houtwallen, bermen, langs holle wegen, oude muren en soms in grasland (onbeschaduwd kalkgrasland op hellingen).

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in West- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Schotland, Denemarken en het uiterste zuiden van Zweden.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek en de Voerstreek. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien of de bewortelde uitlopers loshalen en vervolgens opnieuw uitplanten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).



Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands flora, deel 20, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1845-1849)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 5, A.G. Dietrich (1837-1844)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1901-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840))


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra