Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Aardbeiklaver - Trifolium fragiferum

Frysk: Framboasklaver

English: Strawberry clover

FranÁais: TrŤfle fraise

Deutsch: Erdbeerklee

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Trifolium komt van het Latijnse tri (drie) en folium (blad). De bladen zijn drietallig. FragŪferum betekent aardbeidragend. Het opgeblazen vruchthoofdje lijkt namelijk enigszins op een aardbei.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 5-25 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: De kruipende stengels wortelen op de onderste knopen.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De kruipende stengels zijn vaak, evenals de bladen, iets blauwachtig groen en niet of weinig behaard (behalve bij de top van de bladstelen). De niet-bloeiende plant lijkt veel op Witte klaver.


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De lang gesteelde, drietallige, vaak blauwachtig groene bladen zijn niet of weinig behaard, behalve bij de top van de bladstelen. Ze bestaan uit langwerpige omgekeerd eironde, aan de top hartvormig ingesneden deelblaadjes, die fijn gezaagd zijn. De zijnerven zijn naar buiten afgebogen (bij Witte klaver zijn deze recht) en de buitenste, naar de bladsteel gekeerde helft van de zijblaadjes is van onderen glanzend (bij Witte klaver is dat dof). De niet vliezige, grote steunblaadjes zijn eerst vrijwel rondom de stengel vergroeid, maar later niet meer. Ze zijn ruitvormig en lang toegespitst.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De stelen van de bloeiwijzen variŽren sterk in lengte. Tussen hoog gras kunnen ze soms wel enkele decimeters lang worden. De bloemen zijn 1-2 cm in doorsnee. De kelk is tweelippig, donzig, met gewimperde tanden en na de bloei sterk opgeblazen. De bloemkroon is 6-7 mm lang, lichtroze (vleeskleurig) of zelden wit en wordt na de bloei bruin. De schutblaadjes van de afzonderlijke bloemen zijn groter dan bij andere Klavers. Aan de voet van de bloeiwijze sluiten ze tot een omwindsel aaneen en bedekken ze de kelken.


Randi Hausken -
CC BY-SA 2.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig. Na de bloei groeien de kelken aan de bovenzijde sterk uit, zodat een bolvormig hoofdje van teruggekromde, wollig behaarde, vuilroze tot purper gekleurde delen ontstaat. Het geheel lijkt dan een beetje op een framboos of een aardbei (vandaar de Friese en de Nederlandse naam). De opgeblazen kelk werkt als een luchtzak. De vruchtverspreiding vindt plaats door wind en water. De peul bevat ťťn of twee zaden.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Dwergenpaartje -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke, vaak brakke of zilte grond (zand, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Grasland (brak grasland, uiterwaarden, hooiland, weiland en buitendijks grasland), bermen, langs fietspaden, langs 's winters gepekelde autowegen, rivierdijken, kwelders (hoge delen van kwelders of schorren), waterkanten (slootkanten, langs brakke kreken en langs drinkpoelen) en opgespoten grond.

Verspreiding

Wereld: In Europa noordelijk tot in Zuid-Schotland en het Oostzeegebied. Ook in Zuidwest-AziŽ en Noord-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika, ArgentiniŽ, Nieuw-Zeeland en AustraliŽ.

Nederland: Vrij algemeen in Zeeland en langs de zeekust in het Waddengebied, plaatselijk vrij algemeen in het rivierengebied, het noordelijk zeekleigebied, langs de kust van Noord-Holland en langs het IJsselmeer. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen in het kustgebied (met name in de Polders) en vrij zeldzaam in de Schelde- en de Leievallei en in het Maasgebied. Elders zeldzamer.
WalloniŽ:
Zeldzaam in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Scheuren of zaaien.

Wetenswaardigheden

De plant is voor de botanische wetenschap ontdekt in Nederland in een 's winters onder water staand weiland in de provincie Groningen. Jan Dortman zond omstreeks 1600 een tekening en een beschrijving naar Clusius.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora regni borussici, deel 6, A.G. Dietrich (1837-1844)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 6, T.F.L. Nees von Esenbeck (1856)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1901-1905)


Svensk botanik, deel 10, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Nouvelle iconographie fourragŤre (Atlas) J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 3, A.Q. Rivinus (1690-1777)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL