Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Addertong - Ophioglossum vulgatum

Andere namen

Frysk: Njirretonge

English: Adder's Tongue

FranÁais: Ophioglosse vulgaire

Deutsch: Natterzunge

Verouderde of andere namen: Gewone addertong

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Ophioglossales

Familie: Ophioglossaceae (Addertongfamilie)

Geslacht: Ophioglossum (Addertong)

Soort: Ophioglossum vulgatum

Naamgeving (Etymologie): De sporenpluim lijkt op de tong van een adder, vandaar de Nederlandse naam. Ook de wetenschappelijke naam verwijst daar naar. Ophioglossum komt van het Griekse ophis (slang) en glossa (tong). Vulgatum betekent gewoon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 5-30 cm.


Aorg1961 - GFDL


Aorg1961 - GFDL


Orchi - CC BY-SA 3.0


Orchi - CC BY-SA 3.0

Wortels: De korte, dikke wortelstok is spoelvormig en vlezig, zonder vliezige scheden.


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org - CC BY-NC 3.0


imago.indiana.edu - CC BY-NC 3.0


bisque.cyverse.org - CC0-1.0

Stengels: Eťn rechtopstaande, gemeenschappelijke stengel.


Bartosz Cuber - CC BY-SA 3.0


Petr Filippov - CC BY-SA 3.0


Przykuta - CC BY-SA 3.0


Przykuta - CC BY-SA 3.0

Bladeren: Het onvruchtbare deel van het blad staat schuin omhoog en loopt aan de gemeenschappelijke steel af. Het is eirond tot langwerpig, heeft een gave rand en een toegespitste top. De nerven zijn netvormig met een rechte zwak ontwikkelde middennerf. Het is aan de voet samengevouwen tot een 'schede' waaraan het sporendragende bladdeel ontspringt.


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Przykuta - CC BY-SA 3.0


Johan N - CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Sporen. Het vruchtbare bladdeel is meestal langer (1 tot 5 cm), zeer smal en gesteeld. De sporangia zijn verenigd tot een compacte, bleekgroene, eindelingse sporenaar. Als een blad geen sporenaar draagt, is de voet van de bladschijf vlak.


Bartosz Cuber - CC BY-SA 3.0


Bartosz Cuber - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme, niet of weinig bemeste, zwak zure tot neutrale grond. Ook op plaatsen waar het water zwak brak is (duinzand, kalkhoudend leem of laagveen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinvalleien, kruipwilgstruweel of tussen Duinriet), grasland (boezemhooiland, bovenveengrasland en schraal hooiland), moerassen (laagveenmosrietland, heidemoeras en ijl rietland) en afgravingen (zand- en kleigroeven).

Verspreiding

Wereld: Europa, Noord-Amerika en Oost-AziŽ. Ingeburgerd in het zuiden van AustraliŽ.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam in de duinen. Elders zeldzaam en zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in de duinen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd. Beschermd.

WalloniŽ: Zeer zeldzaam in Lotharingen, Brabant en het Maasgebied.
Rode lijst. Bedreigd. Beschermd.

Toepassingen

Medicinaal: Addertong werd vroeger uitwendig gebruikt bij verwondingen, kneuzingen, zweren en winterhanden door een smeerseltje van de plant aan te brengen op de te behandelen plek of door de sporenaar aan te brengen op een dikke laag verse addertongbladeren en met een zwachtel op de te behandelen plek vast te binden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1901-1905)


Svensk botanik, deel 6, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und derSchweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832-1833)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natŁrlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)


Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765-1773)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 7, E.J. Lowe (1839)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Genera filicum, W.J. Hooker, Franz Bauer (1838-1842)


Repršsentanten einheimischer Pflanzenfamilien, Hermann Zippel und Carl Bollmann (1879-1882)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 8, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


New KreŁterbuch, P.A. Mattioli, (1563)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra