Wilde planten in Nederland en België

Akkerboterbloem - Ranunculus arvensis

Frysk: Kroanbûterblom

English: Corn Buttercup

Français: Renoncule des champs

Deutsch: Ackerhahnenfuß

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam boterbloem is vanwege de boterkleurige bloemblaadjes. Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana (kikker). Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 20-60 cm.


Hermann Schachner -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Rudolph Uta - CC BY-SA 4.0

Wortels


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De lichtgroene, behaarde stengels worden naar de voet en soms ook naar de top kaal. De bloemstelen zijn niet gegroefd.


Victor M. Vicente Selvas - Public Domain


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen bestaan uit drie blaadjes, die merendeels weer in twee of drie smalle, lijnvormige of lancetvormige slippen zijn verdeeld, die alleen aan de top ingesneden gespleten zijn. De onderste bladen zijn niet gedeeld.


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Hermann Schachner -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloem is 6-12 mm in doorsnede, licht groenachtig geel. De kelkbladen liggen los tegen de kleine kroonbladen aan.


Abrahami -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De weinig talrijke, stekelige vruchtjes (drie tot acht) zijn ruim tweemaal zo lang als die van de andere boterbloemen (5-8 mm). Ze dragen een slanke, vrijwel rechte snavel en zijn begroeid met vrij grote en vaak kromme stekels. Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, leemrijke grond (leem, zandige klei, klei, mergel en löss).

Groeiplaatsen: Akkers (wintergraanakkers), zelden op ruderale plaatsen en op omgewerkte grond.

Verspreiding
Wereld:
Oorspronkelijk uit Midden-Europa. In het Middellandse-Zeegebied, oostelijk tot in Noord-India en noordelijk tot in West- en Midden-Europa. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en misschien nog in het rivierengebied. Vroeger ook elders.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam in de zuidelijke Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Wetenswaardigheden

De soort groeit vrijwel alleen in wintergraanakkers. De vruchtjes zijn eerder rijp dan het graan. Ze verspreiden zich doordat ze met hun stekels aan dieren (en mensen) blijven kleven. Vroeger gebeurde dit voornamelijk door de rondtrekkende schaapskudden die de stoppelvelden afgraasden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Deutschlands flora, deel 18, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1839-1840)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835-1844)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Herbier de la France, deel 3, P. Bulliard (1776-1783)


Ranunculus arvorum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL