Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Akkergeelster - Gagea villosa

Frysk:

English: Hairy Star-of-Bethlehem

FranÁais: Gagťe des champs

Deutsch: Ackergelbstern

Synoniemen: Gagea arvensis

Familie: Liliaceae (Leliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gagea is vernoemd naar Thomas Gage, een Engelse botanicus (1781-1820). Villosa betekent harig of ruig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m mei.

Afmeting: 10-25 cm.


AnRo0002 -
CC0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een vrijwel ronde bol. Binnen de omhulling van de bolvliezen bevindt zich behalve de hoofdbol(rok) nog een nevenbol(rok) en soms ook broedbolletjes.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


luirig.altervista.org - Vito Buono - Bari


Alessandro Alessandrini -
CC BY-NC-ND 4.0

Stengels: De stengel is meestal wat slap. De bloemstelen zijn wollig behaard.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Bladen van zeer jonge planten zijn rolrond. De dofgroene, grondstandige bladen van oudere planten zijn minder dan een halve centimeter breed, smal lijnvormig, gootvormig, al of niet behaard, aan de voet rood getint en zonder uitspringende nerven. Bloeiende planten hebben aan de voet twee van zulke bladen, die vrijwel loodrecht uit de grond komen en doorgaans boven de bloeiwijze uitsteken. De bloeistengel draagt vlak onder het bloemscherm twee bladen, die wat breder (lancetvormig, aan de voet bijna 1 cm breed) zijn dan de grondstandige bladen en gewimperd aan de rand. De schutbladen zijn behaard.


AnRo0002 -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Pipi69e - Public Domain

Bloemen: Tweeslachtig. Het scherm bevat vijf tot tien bloemen (soms tot wel vijftien bloemen per plant), die in een eindelings en een kleiner zijdelings scherm, die elk in de oksel van een stengelblad staan. De bloemstelen en andere delen van de bloeiwijze zijn wollig behaard. De twee schutbladen zijn relatief groot, bladachtig en niet stengelomvattend. De groengele bloemen zijn 1,5-2 cm groot. De bloemdekbladen maken een smallere indruk dan die van andere Geelstersoorten. Het bloemdek bestaat uit lancetvormige, stompachtige, vanbuiten aan de onderzijde behaarde bloemdekbladen. De bloemdekbladen zijn tijdens de bloei enigszins teruggekromd. Soms zijn er meer dan zes bloemdekbladen. Na de bloei vouwen ze zich schuitvormig en krijgen een grijzige tint. De meeldraden hebben dunne draden en vrij grote, ei- tot bolronde helmknopjes. Het vruchtbeginsel is omgekeerd-eirond.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn langwerpig-omgekeerd-eirond, stomp en iets korter dan de bloemdekbladen. Vruchtzetting treedt echter maar zelden op in onze omgeving. Soms zitten in de oksels van stengelbladeren en/of in het scherm broedbolletjes, waaruit later weer nieuwe planten kunnen groeien. Eenzaadlobbig.


Liliane Pessotto - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde, soms zonnige, vrij open plaatsen op matig droge, matig voedselarme, kalkhoudende, soms zwak zure, vaak iets omgewerkte, humushoudende, sporadisch enigszins verstoorde grond (leem, zand, zavel, lŲss en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grasland (beschaduwd hooiland, weiland en overhoeken van hellend cultuurgrasland), beschaduwde bermen en langs paden (vaak tussen grind), open plekken langs holle wegen, struwelen, heggen, begraafplaatsen, parken, braakliggende grond, oude tuinen, bossen (landgoedbossen), bij vestingwerken en kastelen, oudere delen van dorpen en steden en akkers (akkerranden op zand en lŲss, vroeger ook in akkers).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest-AziŽ.

Nederland: Zeldzaam in het rivierengebied en in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Leemstreek. Zeer sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: De bolletjes of broedbolletjes opnieuw uitplanten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1837-1844)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Fig. 21-23,25
Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL