Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Akkerleeuwenbek - Misopates orontium

Frysk: Fjildliuwebekje

English: Lesser Snapdragon

FranÁais: Muflier des champs

Deutsch: Acker-LŲwenmaul

Synoniemen: Antirrhinum orontium

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Misopates komt van Misos (haten) en pathos (pijn lijden). Orontium is een Griekse plantennaam, dat mogelijk berg betekent. Meer waarschijnlijk is de naam afkomstig van de rivier Orontes in SyriŽ en Libanon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m oktober.

Afmeting: 8-30 cm.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Luis FernŠndez GarcŪa -
CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Forest en Kim Starr -
CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De opgaande stengel is naar boven toe klierachtig behaard en weinig of niet vertakt.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Zeynel Cebeci -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De donkergroene bladen zijn lijnvormig tot elliptisch (2-5 cm lang en 2-7 mm breed) en ongetand. De onderste zijn tegenoverstaand en de bovenste verspreidstaand.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De weinig talrijke, vrijwel zittende bloemen (1-1Ĺ cm) staan vrij ver uiteen in bebladerde, ijle (gerekte) trossen. De kelk is diep gedeeld in vijf lange, smalle, ongelijke, afstaande, gaafrandige slippen. De helder rode (met donkerder strepen), licht purperrode, roze of zelden witte kroon is tweelippig met een brede, tweelobbige bovenlip en een iets smallere, drielobbige onderlip. De voet van de kroonbuis heeft geen spoor, maar wel een zakvormige uitstulping (als het ware opgezwollen).


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Luis Nunes Alberto -
CC BY-SA 3.0


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Kevin Thiele -
CC BY 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. De rijpe, eivormige, beklierde vrucht opent zich alleen aan de top (met drie poriŽn openspringend). De zaden vertonen een platte kant met een ťťnvormige lengterichel en een gewelfde kant met een min of meer ringvormige opzwelling rondom een holte. Tweezaadlobbig.


RickP -
CC BY 2.5


Philmarin - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, vaak omgewerkte, humushoudende, matig zure tot soms kalkhoudende grond (lemig zand, lŲss en zavel).

Groeiplaatsen: Akkers, tuinen (moestuinen), bermen (open plekken), wegranden, dijken, stortplaatsen en langs spoorwegen.

Verspreiding

Wereld: West-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid-, Midden- en West-Europa. Ingeburgerd in Noord-Amerika, AustraliŽ, Nieuw-Zeeland en op een enkele plaatsen elders in Afrika.

Nederland: Zeldzaam in het zuidoosten van het land, in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Utrecht. Elders zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in het oostelijke deel van de Leemstreek, in de Kempen en langs de Maas.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam in Brabant, in het Maasgebied en in de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Deutschlands flora, deel 7, J. Sturm, J.W. Sturm (1808-1809)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


Fig. 1-11
Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 5, T.F.L. Nees von Esenbeck (1845)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 2, A.Q. Rivinus (1690-1777) en deel 6


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


Antirrhinum sylvestre
Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Antirrhinum minimum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL