Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Akkerleeuwenbek - Misopates orontium

Andere namen

Frysk: Fjildliuwebekje

English: Lesser Snapdragon

Français: Muflier des champs

Deutsch: Acker-Löwenmaul

Verouderde of andere namen: Antirrhinum orontium

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Geslacht: Misopates (Leeuwenbek)

Soort: Misopates orontium

Naamgeving (Etymologie): Misopates komt van Misos (haten) en pathos (pijn lijden). Orontium is een Griekse plantennaam, dat mogelijk berg betekent. Meer waarschijnlijk is de naam afkomstig van de rivier Orontes in Syrië en Libanon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 8-30 cm.


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Luis Fernández García - CC BY-SA 3.0


Luis Fernández García - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Forest en Kim Starr - CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY-SA 3.0

Stengels: De opgaande stengel is naar boven toe klierachtig behaard en weinig of niet vertakt.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De donkergroene bladen zijn lijnvormig tot elliptisch (2-5 cm lang en 2-7 mm breed) en ongetand. De onderste zijn tegenoverstaand en de bovenste verspreidstaand.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De weinig talrijke, vrijwel zittende bloemen (1-1½ cm) staan vrij ver uiteen in bebladerde, ijle (gerekte) trossen. De kelk is diep gedeeld in vijf lange, smalle, ongelijke, afstaande, gaafrandige slippen. De helder rode (met donkerder strepen), licht purperrode, roze of zelden witte kroon is tweelippig met een brede, tweelobbige bovenlip en een iets smallere, drielobbige onderlip. De voet van de kroonbuis heeft geen spoor, maar wel een zakvormige uitstulping (als het ware opgezwollen).


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Luis Nunes Alberto - CC BY-SA 3.0


© Hans Hillewaert - CC BY-SA 3.0


Kevin Thiele - CC BY 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. De rijpe, eivormige, beklierde vrucht opent zich alleen aan de top (met drie poriën openspringend). De zaden vertonen een platte kant met een éénvormige lengterichel en een gewelfde kant met een min of meer ringvormige opzwelling rondom een holte. Tweezaadlobbig.


RickP - CC BY 2.5


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, vaak omgewerkte, humushoudende, matig zure tot soms kalkhoudende grond (lemig zand, löss en zavel).

Groeiplaatsen: Akkers, tuinen (moestuinen), bermen (open plekken), wegranden, dijken, stortplaatsen en langs spoorwegen.

Verspreiding

Wereld: West-Azië, Noord-Afrika en Zuid-, Midden- en West-Europa. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en op een enkele plaatsen elders in Afrika.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in het zuidoosten van het land, in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Utrecht. Elders zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: Zeer sterk afgenomen. Zeldzaam. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in het oostelijke deel van de Leemstreek, in de Kempen en langs de Maas.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij zeldzaam in Brabant, in het Maasgebied en in de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra