Wilde planten in Nederland en België

Akkerogentroost en Rode ogentroost - Odontites vernus

Frysk: Fjildeachkrûd, Read eachkrûd

English: Red Bartsia

Français: Euphraise de printemps, Odontite rouge

Deutsch: Frühlings-Ackerzahntrost, Roter Zahntrost

Synoniemen: Odontites litoralis, Odontites verna, Odontites rubra, Euphrasia odontites, Late ogentroost

Familie: Orobanchaceae (Bremraapfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ogentroost dankt zijn naam aan de vermeende geneeskracht (troost) bij oogziektes. De gekleurde aders in de bloem leken op de aders in het menselijke oog en vroeger dacht men dat de plant daardoor oogkwalen zou kunnen genezen. Odontites betekent tandKruid., een afkooksel van de plant met wijn zou namelijk tandpijn doen stoppen. Vernus betekent van de lente en litoralis is strand- of oevers bewonende. Serotinus betekent laat bloeiend of groeiend.

Ondersoorten: Akkerogentroost (Odontites vernus subsp. vernus) en Rode ogentroost (Odontites vernus subsp. serotinus). Soms onderscheidt men nog een derde ondersoort: Vroege ogentroost (O. vernus subsp. litoralis - Sâlt eachkrûd).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid (halfparasiet).

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Akkerogentroost: Juni en juli.
Rode ogentroost: Juli en augustus.

Afmeting: 10-50(-80) cm.

Akkerogentroost


BerndH -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Rode ogentroost


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels: Worteldiepte tot 20 cm. De wortels onttrekken water en zouten aan de wortels van andere planten, maar de plant is ook zelf in staat tot fotosynthese.

Akkerogentroost


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Rode ogentroost


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels verhouten min of meer aan de voet.
Akkerogentroost
is alleen bovenaan vertakt (gewoonlijk ongeveer vanaf het midden). De nul tot vier paar zijtakken staan onder een scherpe hoek van meestal 30° of minder tot hoogstens 45°) met de hoofdas. Ze staan schuin omhoog.
Rode ogentroost: De vierkantige, behaarde stengels zijn meestal vertakt met drie tot dertien paar vertakkingen. Ze maken een hoek van 45° tot 90° met de hoofdas.

Akkerogentroost


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Henri Scordia
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Rode ogentroost


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De bladen zijn lijn- tot lijnlancetvormig met aan beide kanten één tot vijf vlakke tanden. De 1-4,5 cm lange en 0,3-1 cm brede bladen zijn bleekgroen tot grauwgroen en vaak paars aangelopen. Ze zijn langwerpig-eirond tot lijnvormig. Ze hebben een spitse tot stompe top.
Akkerogentroost:
De stengelbladen zijn meestal spits en niet vlezig.
Rode ogentroost: De bladen hebben aan beide kanten één tot vijf vlakke tanden.

Akkerogentroost


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Rode ogentroost


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn lijn- tot lijnlancetvormig met aan beide kanten één tot vijf vlakke tanden. De lipvormige bloemen vormen lange eenzijdige en vrij dichte trossen. De (8-)9-11(-12) mm lange, viltige behaard bloemkroon is roze of roze-rood (zelden wit). De bovenlip is helmachtig gewelfd en de onderlip is korter en heeft drie lobben. De helmknoppen steken iets uit de bloemkroon. Ze helmknoppen zijn kaal, maar wel behaard aan één van de uiteienden en nabij de helmdraad.
Akkerogentroost: De schutbladen zijn meestal langer dan de bloemen. Aan de hoofdas staan de onderste bloemen in de oksels van de vierde tot tiende knoop (bladpaar). De kelk heeft smal driehoekige, spitse slippen, die even lang of langer, maar zelden korter dan de kelkbuis zijn. Aan het einde van dde bloei steekt de stijl meestal uit de bloemkroon.
Rode ogentroost:
De schutbladen zijn meestal korter dan tot even lang als de bloemen. De eerste bloem vinde je op de (achtste-) tiende tot dertigste knoop. De kelk heeft smal driehoekige, spitse slippen, die meestal korter zijn dan de kelkbuis.

Akkerogentroost


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Rode ogentroost


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een 4-7 mm lange doosvrucht. De 2-2,5 mm lange zaden zijn lichtbruin. Tweezaadlobbig.

Akkerogentroost


Geert Peeters - waarneming.nl


Michiel van Vliet - CC BY-NC-ND 4.0


Erik Slootweg - CC BY-NC-ND 4.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Rode ogentroost


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


Nathalie De Somer - CC BY-NC-ND 4.0


Nathalie De Somer - CC BY-NC-ND 4.0


©2006 Digital Plant Atlas -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Akkerogentroost: Zonnige, open plaatsen op matig voedselarme, vochtige en kalkrijke grond (krijt, leem en zandige klei). Akkerogentroost is een halfparasiet, die woekert op de wortels van grassen en cypergrassen.
Rode ogentroost: Zonnige, open, grazige plaatsen op matig voedselrijke, vochtige tot natte, al of niet zilte, verstoorde grond (zand, leem, zavel, klei en mergel, zelden op veen).
Vroege ogentroost: Zonnige, open, grazige plaatsen op natte, brakke grond.

Groeiplaatsen: Akkerogentroost: Voornamelijk in akkers (akkerranden en graanakkers).
Rode ogentroost: Zeeduinen (duinvalleien), grasland (zilt grasland, weiland en hooiland, met name iets brak polderboezemgrasland), aan de bovenrand van kwelders (schorren), waterkanten (langs weilandsloten en verse greppels), langs spoorwegen (spoorwegterreinen), opgespoten grond, braakliggende grond, zandige ruggen in uiterwaarden, bermen, langs fietspaden, afgravingen (leem- en kalkgroeven en op klei in grindgaten), mijnsteenbergen, stortplaatsen afgedekt met een dunne leemlaag, omgewerkte grond en akkers (akkerranden en graanakkers).

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Europa en Azië. Ingeburgerd in oostelijk Noord-Amerika.
Akkerogentroost: Europa.
Rode ogentroost: Voornamelijk in Europa.
Vroege ogentroost: Langs de kusten van de Oostzee en de Noordzee, zuidelijk tot in Nederland.

Odontites vernus

Akkerogentroost

Rode ogentroost

Vroege ogentroost

Nederland: Akkerogentroost: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en in het rivierengebied.
Rode ogentroost: Plaatselijk vrij algemeen langs de kust in het Waddengebied, in de duinen en in Zeeland, vrij zeldzaam in het rivierengebied en in Zuid-Limburg, zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied en in laagveengebieden. Elders zeer zeldzaam.
Vroege ogentroost: Zeer zeldzaam, o.a. op de Waddeneilanden en in Limburg.

Akkerogentroost

Rode ogentroost

Vroege ogentroost

Vlaanderen: Akkerogentroost: Zeer zeldzaam.
Rode ogentroost:
Vrij zeldzaam.
Vroege ogentroost: Niet in Vlaanderen.
Wallonië: Akkerogentroost: Zeer zeldzaam.
Rode ogentroost: Vrij zeldzaam.
Vroege ogentroost: Niet in Wallonië.

Akkerogentroost

Rode ogentroost

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Euphrasia altera, ander Ooghentroost
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1866)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL