Wilde planten in Nederland en België

Akkerviltkruid - Filago arvensis

Frysk:

English: Field Cudweed

Français: Cotonnière des champs

Deutsch: Ackerfilzkraut

Synoniemen: Logfia arvensis

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Filago komt van filum (draad of spinsel), vanwege het viltige uiterlijk van de plant. Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 10-30 cm.


Hajotthu -
CC BY 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0

Wortels


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengel is grijswit viltig. Aan de voet is de stengel niet vertakt, maar bovenaan zitten een paar schuin omhooggerichte (meestal enkelvoudige) korte zijtakken. Bij forse planten kunnen onderaan enige 'gelijkwaardige' rechtopstaande stengels ontspringen.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 3.0


@ Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladeren zijn langwerpig tot lijn-lancetvormig en worden 1-2 cm lang.


AnRo0002 -
CC0


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


@ Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Polygaam. De rolronde hoofdjes zijn 4-5 mm lang. Ze staan met twee tot zeven bijeen in dichte kluwens. De kluwens zijn meestal korter dan de bladen aan hun voet. De geelachtige bloemhoofdjes lijken sterk op die van Dwergviltkruid. De omwindselbladen zijn tot aan de top dicht wollig. De middelste omwindselbladen zijn meer bootvormig gevouwen dan die van DwergviltKruid. Langs de rand zijn ze sterk viltig, op de ruglijn zijn ze veel minder behaard (het hoofdje lijkt daardoor witte en grijze lengtestrepen te vertonen). Het stompe omwindselblad ligt uiteindelijk stervormig uitgespreid.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Fornax -
CC BY-SA 3.0


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


@ Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige, geelbruine dopvrucht of nootje met een pappus van onvertakte haren. Tweezaadlobbig.


@ Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge, voedselarme, niet bemeste, zwak zure grond (zand en grind).

Groeiplaatsen: Braakliggende grond, bermen (open plekken), grasland (open plekken), akkers, zeeduinen, langs rivieren en afgravingen (grindgroeven).

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-Azië en in Europa, behalve in de meest noordelijke en noordwestelijke delen. Westelijk tot in Nederland en België. Ingeburgerd in Noord-Amerika, waar het zich sterk uitbreidt.

Nederland: Zeer zeldzaam o.a. in het rivierengebied (hoofdzakelijk bij Nijmegen), in Twente, op de Veluwe en in de Hollandse duinen.

Vlaanderen: Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam. In 1919 voor het laatst in het wilde gevonden in Vlaanderen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam in het Maasgebied.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands flora, deel 10, J. Sturm, J.W. Sturm (1814-1817)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL