Wilde planten in Nederland en België

Akkerviooltje - Viola arvensis

Frysk: Lyts fioeltsje

English: Field Pansy

Français: Pensée des champs

Deutsch: Ackerstiefmütterchen

Synoniemen: Viola tricolor subsp. arvensis

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Arvensis betekent in akkers groeiend.

Kruising: Akkerviooltje kan een bastaard vormen met Driekleurig viooltje (Viola x comtempta.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: April t/m oktober.

Afmeting: 5-30 cm, maar soms tussen andere gewassen hoger wordend.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels: Geen wortelstok en geen uitlopers.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of soms liggende, vierkantige stengel is niet vertakt of alleen aan de voet vertakt.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jerzy Opiola -
GFDL


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn vrijwel rond en de bovenste spatelvormig tot langwerpig. De eindslip van de liervormig, veerdelige steunblaadjes is meestal gekarteld, eirond tot langwerpig en vaak weinig kleiner dan de eigenlijke bladschijf (de middenlob is eirond-lancetvormig tot eivormig en gekarteld-gezaagd). De verspreidstaande bladen hebben een gelobde bladrand.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen zijn 0,8-1,2, zelden tot 1,5 cm in doorsnee en groeien vanuit de oksels van de bladen. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch. De kelk is even lang of vaak langer dan de kroon (vaak steken de toppen van de kelkslippen buiten de bloemkroon uit). De kroonbladen zijn geelachtig wit, naar de voet donkergeel. Soms vertoont de top van de bovenste kroonbladen een scherp afgescheiden, diep blauwpaarse kleuring. De korte spoor steekt niet of nauwelijks buiten de kelkaanhangsels uit. Elke bloem heeft vijf kroonbladen, vijf kelkslippen, vijf met elkaar vergroeide meeldraden en één stijl met één stempel. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. Na het rijpen springen de éénhokkige doosvruchten met drie kleppen open. Bij het openspringen worden de zaden weggeslingerd. De zaden hebben een oliehoudend aanhangsel (mierenbroodje) die de mieren graag lusten, hierdoor vindt ook verspreiding plaats. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Als zelfbestuiver vormt Akkerviooltje gemakkelijk een zuivere lijn, waardoor aanpassingen aan het groeien tussen bepaalde gewassen in enkele jaren op een groot aantal nakomelingen worden overgedragen. Zo groeien in Duitsland de planten plaatselijk boven het graan uit. Tweezaadlobbig.


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Paul Fabre - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open (pionier), vochtige tot droge, matig voedselrijke, vrij kalkarme tot vrij kalkrijke, meestal omgewoelde grond (zand, lemige zand, leem, löss en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers), akkerranden, tuinen, bermen (open plekken), ruderale plaatsen, puinhopen, braakliggende grond, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Europa, West-Siberië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in Zeeland, in laagveengebieden, in het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland.

Vlaanderen: Algemeen, maar minder algemeen in de Polders.
Wallonië:
Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL