Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Akkerviooltje - Viola arvensis

Andere namen

Frysk: Lyts fioeltsje

English: Field Pansy

Français: Pensée des champs

Deutsch: Ackerstiefmütterchen

Verouderde of andere namen: Viola tricolor subsp. arvensis

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Malpighiales

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Geslacht: Viola (Viooltje)

Soort: Viola arvensis

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Arvensis betekent in akkers groeiend.

Kruising: De bastaard Viola x comtempta (Viola arvensis x tricolor) is intermediair tussen Akkerviooltje en Driekleurig viooltje. Plaatselijk ontstaan bastaardzwermen.
De bastaard tussen Akkerviooltje en Driekleurig viooltje is grotendeels vruchtbaar en kan bastaardzwermen vormen. Dit maakt de determinatie zeer moeilijk. De grootste verticale diameter van de bloem van Akkerviooltje is 8-12 (15) mm, bij het Driekleurig viooltje bedraagt de grootste diameter 15-25 mm of meer, bij de bastaard is de diameter duidelijk intermediair. Viola x contempta staat op open, zonnige tot beschaduwde, droge tot vochtige, matig voedselrijke, grazige en omgewoelde, kalkarme tot kalkhoudende zandgrond en lemig zand en andere grondsoorten. Ze groeit in akkers en akkerranden, in plantsoenen en bermen, in graslanden en op spoorwegterreinen, sloten en greppels, op ruderale plekken en tuinen, op braakliggende grond en nabij bebouwing. De plant kan overal ontstaan waar de arealen van beide oudersoorten samenvallen. In Nederland is de bastaard zeldzaam en vooral gevonden in het noorden, midden en zuiden van ons land, maar zal wel vaak over het hoofd gezien zijn.
René van Moorsel, 2015 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-30 cm, maar soms tussen andere gewassen hoger wordend.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be

Wortels: Geen wortelstok en geen uitlopers.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of soms liggende, vierkantige stengel is niet vertakt of alleen aan de voet vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jerzy Opiola - GFDL


kuleuven-kulak.be


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn vrijwel rond en de bovenste spatelvormig tot langwerpig. De eindslip van de liervormig, veerdelige steunblaadjes is meestal gekarteld, eirond tot langwerpig en vaak weinig kleiner dan de eigenlijke bladschijf (de middenlob is eirond-lancetvormig tot eivormig en gekarteld-gezaagd). De verspreidstaande bladen hebben een gelobde bladrand.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen zijn 0,8-1,2, zelden tot 1,5 cm in doorsnee en groeien vanuit de oksels van de bladen. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch. De kelk is even lang of vaak langer dan de kroon (vaak steken de toppen van de kelkslippen buiten de bloemkroon uit). De kroonbladen zijn geelachtig wit, naar de voet donkergeel. Soms vertoont de top van de bovenste kroonbladen een scherp afgescheiden, diep blauwpaarse kleuring. De korte spoor steekt niet of nauwelijks buiten de kelkaanhangsels uit. Elke bloem heeft vijf kroonbladen, vijf kelkslippen, vijf met elkaar vergroeide meeldraden en één stijl met één stempel. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be

Vruchten: Een doosvrucht. Na het rijpen springen de éénhokkige doosvruchten met drie kleppen open. Bij het openspringen worden de zaden weggeslingerd. De zaden hebben een oliehoudend aanhangsel (mierenbroodje) die de mieren graag lusten, hierdoor vindt ook verspreiding plaats. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig. Als zelfbestuiver vormt Akkerviooltje gemakkelijk een zuivere lijn, waardoor aanpassingen aan het groeien tussen bepaalde gewassen in enkele jaren op een groot aantal nakomelingen worden overgedragen. Zo groeien in Duitsland de planten plaatselijk boven het graan uit.


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Paul Fabre - CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open (pionier), vochtige tot droge, matig voedselrijke, vrij kalkarme tot vrij kalkrijke, meestal omgewoelde grond (zand, lemige zand, leem, löss en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers), akkerranden, tuinen, bermen (open plekken), ruderale plaatsen, puinhopen, braakliggende grond, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Europa, West-Siberië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in Zeeland, in laagveengebieden, in het noordelijk zeekleigebied en in Flevoland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd.

Viola x comtempta (Akkerviooltje x Driekleurig viooltje): Zeldzaam.

Akkerviooltje

Verspreidingsatlas.nl

Akkerviooltje x Driekleurig viooltje (Viola x comtempta)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar minder algemeen in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra