Wilde planten in Nederland en België

Akkerwinde - Convolvulus arvensis

Frysk: Klimmer

English: Field Bindweed

Français: Liseron des champs

Deutsch: Ackerwinde

Synoniemen:

Familie: Convolvulaceae (Windefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Convolvulus stamt af van convolvere (zich ergens omheen wikkelen), omdat de stengel zich bij veel soorten om andere planten windt. Arvensis betekent in akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 20-100 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een kruipende wortelstok met uitlopers.


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De kale of weinig behaarde stengels worden tot een meter lang en kruipen over de grond of winden tot op geringe hoogte om andere planten. Ook kunnen ze tot ongeveer een halve meter in afrasteringen klimmen. De top van de stengel beschrijft een volledige cirkel (tegen de klok in) in minder dan twee uur.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande, gesteelde, 3-4 cm lange bladen zijn meestal spiesvormig-eirond tot spiesvormig-langwerpig, met spitse oortjes. De vrij stompe top heeft een soms kort stekelpuntje en de bladvoet is recht afgeknot, pijlvormig, zwak hartvormig of spiesvormig. Ze hebben een gave bladrand. Er zijn geen steunblaadjes.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De wijd trechtervormige, naar vanille geurende, 2-3 cm grote bloemen staan alleen of met twee bijeen in de bladoksels op een lange steel met twee smalle, draadvormige schutblaadjes, die op enige afstand van de kelk staan (een verschil met Haag- en Zeewinde). De bloemkroon is wit met roze of roze met witte banden, soms heel donker roze of eenkleurig wit, aan de buitenkant zijn de banden dikwijls bruinig. De stempels zijn draadvormig. De bloemkroon is vijf of meer keer zo lang als de kelk. De buitenste kelkbladen zijn langwerpig of elliptisch en stomp of uitgerand. Elke bloem is maar één dag open. De alleenstaande bloemen hebben een bovenstandig vruchtbeginsel, vijf kelkbladen, vijf vergroeide kroonbladen, vijf, met de kroonbladen vergroeide, meeldraden en eén stijl met twee stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een ronde, kale doosvrucht met één tot vier, maar soms meer zaden. Er worden in onze omgeving echter maar zelden rijpe vruchten gevormd. De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Didier Descouens -
CC BY-SA 4.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open (pionier) tot grazige plaatsen op matig droge tot matig vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, humusarme, niet te zware, meestal verstoorde grond (zand, leem, zavel, mergel, löss, lichte klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers (akkerranden), tuinen, braakliggende grond, ruigten, langs paden, bermen (vaak op omgewoelde plekken), grasland (gazons), hellingen, langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), ruderale plaatsen, tegen hekwerken, greppelkanten, tussen straatstenen, puinhopen, boomkwekerijen, zeeduinen (grasveldjes in de duinen), beweide rivierduinen en rivierdijken.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied. Nu in veel gematigde en warmere streken.

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in Drenthe, Zuidoost-Fryslân, Noordoost-Overijssel en Flevoland.

Vlaanderen: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Kempen.

Wallonië: Algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Medicinaal: Thee getrokken van de bloemen zou laxerend werken en werd ook gebruikt bij behandeling van koorts en verwondingen. Koude thee, gemaakt van de bladeren, zou ook laxerend werken en menstruatieklachten verminderen.

Cultuur: De stengels werden gebruikt als bindtouw voor het opbinden van planten e.d. Het is flexibel en sterk, maar niet erg duurzaam.

Vermeerderen: Scheuren (uitlopers). De plant kan sterk woekeren.

Wetenswaardigheden

De volksnamen slaan ook op het kronkelende karakter of op de typische bloemvorm (Klokjeswinde, Pispotjes).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Cleyne Clocxkens winde
Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835-1844)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 5, T.F.L. Nees von Esenbeck (1845)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)

   


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a., deel 5 (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


British entomology, deel 5, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Herbier de la France, deel 7, P. Bulliard (1776-1783)


Convolvulus minor purpureus
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra