Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Akkerzenegroen - Ajuga chamaepitys

Andere namen

Frysk:

English: Ground Pine

Français: Bugle petit-pin

Deutsch: Gelber Günsel

Verouderde of andere namen: Teucrium chamaepitys, Camaepitys vulgaris, Chamaepitys trifida

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Geslacht: Ajuga (Zenegroen)

Soort: Ajuga chamaepitys

Naamgeving (Etymologie): Zenegroen is uit het Middel-Nederlandse singroone (altijd groen) ontstaan. Ajuga is mogelijk een verbastering van het door Plinius gebruikte woord abiga, dat is afgeleid van abigere (afdrijven). Het zou ook kunnen afstammen van het griekse aguisos, dat zwak in de gewrichten betekent (Ajuga chamaepitys diende namelijk als middel tegen jicht). Chamaepitys betekent kleine pijnboom of dennenboom.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 5-20 cm.


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Een vierkantige, dicht behaarde, meestal purperrode stengel, zonder uitlopers. De plant heeft een aromatische geur (zwak naar dennenhars ruikend).


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


MurielBendel - CC BY-SA 4.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De driedelige, grijsgroene, dicht behaarde bladen staan dicht op elkaar. Ze zijn 1-3 cm lang en in drie lijnvormige slippen gedeeld (gevingerd). De onderste en bovenste bladen zijn lijnvormig en niet gedeeld.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0


Philipendula - CC BY-SA 3.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De meestal alleenstaande (zelden met twee bijeen), in de bladoksels, bloemen zijn kort gesteeld. Ze zijn geel met rode, bruinige of paarse vlekjes en worden 7-15 mm lang. De kroonbuis heeft van binnen een ring van haren. De zeer korte bovenlip is tweelobbig en de onderlip is driedelig. De vier meeldraden steken uit de kroonbuis.


Eitan f - CC BY-SA 3.0


MurielBendel - CC BY-SA 4.0


Zeynel Cebeci - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De vierdelige vrucht is bovenaan afgerond. Tweezaadlobbig.


abiris.snv.jussieu.fr - Pierre Coujon


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond (stenige plaatsen, klei, zavel en mergel).

Groeiplaatsen: Akkers, wijngaarden, tuinen (moestuinen), stenige plaatsen en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid-, West- en Midden-Europa. Noordelijk tot in België en Nederland.


gbif.org

Nederland: Vroeger zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, aldaar voor het laatst gevonden in 1930 op de St. Pietersberg. Vroeger ook zeer zeldzaam op Overflakkee.
Rode lijst 2012. Verdwenen Nederland. Trend sinds 1950: zeer sterk afgenomen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Zeer zeldzaam in het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Ierste Velt cypres
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen, deel 1, A. Munting (1696)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Herbarium Blackwellianum, deel 6, E. Blackwell (1765-1773)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra