Wilde planten in Nederland en België

Alpenheksenkruid - Circaea alpina

Frysk:

English: Alpine Enchanter's-nightshade

Français: Circée des Alpes

Deutsch: Alpen-Hexenkraut

Synoniemen:

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam heksenkruid. is ontstaan doordat de mensen vroeger geloofden dat als je de plant in het bos aantrof, je er zeker van kon zijn dat heksen je op een dwaalspoor zouden brengen of dit al hadden gedaan. Circaea komt van Circaeus (betoverend). Circaea is genoemd naar de tovenares Circe uit de Griekse mythologie, die zeer bedreven was in kruidenkennis. Alpina verwijst naar de Alpen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 5-30 cm.


Kenraiz -
CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Zowel aan de korte wortelstok als aan de stengelbasis vlak boven de grond ontspringen draaddunne uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De boogvormige opstijgende, onbehaarde stengel is niet vertakt of draagt omstreeks het midden afstaande zijstengels.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Nino Messina -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De lichtgroene, kale, tere, iets glanzende bladen zijn breed lancetvormig en ongeveer even lang als breed (1-3 cm), met een hartvormige voet, een min of meer spitse top en een diep, bochtig getande rand. De bladsteel is duidelijker gootvormig dan die van Groot heksenkruid en vaak smal gevleugeld.


Albert Herring -
CC BY 2.0


Albert Herring -
CC BY 2.0


Qwert1234 -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen staan dicht opeen aan de top van de bloemtros. De bloemtrossen verlengen zich pas als de bloemen uitgebloeid zijn. Aan de voet van de bloemstelen staan zeer kleine (1 mm lange) borstelvormige steunblaadjes, die spoedig afvallen. De minieme bloemen (1-2,5 mm) zijn in alle onderdelen drie tot zes keer zo klein als die van Groot heksenkruid. De 'kelkbuis' is uiterst kort. Zowel de kelkbladen als de kroonbladen zijn wit. De stempel is meestal knopvormig. Vaak gaan de bloemen nauwelijks open en spontane zelfbestuiving is dan ook normaal.


Albert Herring -
CC BY 2.0


Nino Messina -
CC BY-NC-ND 4.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De langwerpige dopvrucht is eenhokkig (met één zaadje of nootje) en is begroeid met verspreide haakjes. De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Catherine Mahyeux - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Giuseppe Trombetti -
CC BY-NC-ND 4.0


Qwert1234 -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselarme, zwak zure, humusrijke en vaak stenige grond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, bronbossen en bergbossen) en waterkanten (beschaduwde beekoevers).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde streken op het noordelijk halfrond, vooral in gebergten. In grote delen van West-Europa ontbreekt de plant. Ze komt hier alleen voor in Luxemburg, Groot-Brittannië en Nederland.

Nederland: Zeer zeldzaam in Twente. Ook op een plaatsen elders aangetroffen.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Verdwenen. Vroeger bij Robertville in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Scheuren (uitlopers).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 6, J. Sturm, J.W. Sturm (1806-1808)


Flora regni borussici, deel 8, A.G. Dietrich (1837-1844)


Sudetenflora, M. Winkler (1900)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL