Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Alpenklaver - Trifolium alpestre

Frysk:

English: Alpine Clover, Owl-head clover

FranÁais: TrŤfle alpestre

Deutsch: HŁgel-Klee

Synoniemen:

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Trifolium komt van het Latijnsche tri (drie) en folium (blad). De bladen zijn drietallig. Alpestre verwijst naar de Alpen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus.

Afmeting: 10-50 cm.


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


Agnieszka Kwiecien -
CC BY-SA 4.0


Dezidor -
CC BY 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Wortels


europeana.eu


europeana.eu


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn aanliggend behaard. Zodevormend.


Marco Iocchi -
CC BY 3.0


Marco Iocchi -
CC BY 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De donkergroene, ongevlekte bladen zijn drietallig, met langwerpig-lancetvormige, 3-8 cm lange, van boven kale, maar aan de onderzijde dicht behaarde deelblaadjes.


Marco Iocchi -
CC BY 3.0


Marco Iocchi -
CC BY 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De nauwelijks gesteelde tot zittende, bolvormige tot eivormige bloemhoofdjes worden 1-1,5 cm in doorsnee en groeien meestal met twee bijeen. De bloemen zijn rozerood of roodpaars, zelden wit of roze. De behaarde kelkbuis heeft twintig nerven. De priemvormige steunblaadjes worden meer dan 3 cm lang.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Marco Iocchi -
CC BY 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


Daniela Longo - CC BY-NC-ND 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Myriam Traini - CC BY-NC-ND 4.0

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op vrij droge, goed doorlatende, matig voedselrijke tot voedselrijke, stikstofarme en kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen), bosranden, struwelen en grasland (kalkgrasland).

Verspreiding

Wereld: West-AziŽ en Oost- en Midden-Europa. Westelijk tot in BelgiŽ.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Misschien zeer zeldzaam in de zuidelijke Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Curtis's Botanical Magazine, William Jackson Hooker (1827)


Observationum botanicarum, deel 3, N.J. von Jacquin (1767-1771)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL