Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Alpenklaver - Trifolium alpestre

Andere namen

Frysk:

English: Alpine Clover

Français: Trèfle alpestre

Deutsch: Hügel-Klee

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Fabales

Familie: Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)

Geslacht: Trifolium (Klaver)

Soort: Trifolium alpestre

Naamgeving (Etymologie): Klaver komt mogelijk van een Indogermaanse grondvorm glei (smeren), naar het kleverige vocht van de bloemen. Trifolium komt van het Latijnsche tri (drie) en folium (blad). De bladen zijn drietallig. Alpestre verwijst naar de Alpen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-50 cm.


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Agnieszka Kwiecien - CC BY-SA 4.0


Dezidor - CC BY 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Wortels


europeana.eu


europeana.eu


usuherbarium.usu.edu - CC0-1.0


usuherbarium.usu.edu - CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn aanliggend behaard. Zodevormend.


Marco Iocchi - CC BY 3.0


Marco Iocchi - CC BY 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De donkergroene, ongevlekte bladen zijn drietallig, met langwerpig-lancetvormige, 3-8 cm lange, van boven kale, maar aan de onderzijde dicht behaarde deelblaadjes.


Marco Iocchi - CC BY 3.0


Marco Iocchi - CC BY 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De nauwelijks gesteelde tot zittende, bolvormige tot eivormige bloemhoofdjes worden 1-1,5 cm in doorsnee en groeien meestal met twee bijeen. De bloemen zijn rozerood of roodpaars, zelden wit of roze. De behaarde kelkbuis heeft twintig nerven. De priemvormige steunblaadjes worden meer dan 3 cm lang.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Marco Iocchi - CC BY 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


Daniela Longo - CC BY-NC-ND 4.0


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


Myriam Traini - CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op vrij droge, goed doorlatende, matig voedselrijke tot voedselrijke, stikstofarme en kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen), bosranden, struwelen en grasland (kalkgrasland).

Verspreiding

Wereld: West-Azië en Oost- en Midden-Europa. Westelijk tot in België.


gbif.org

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Mogelijk zeer zeldzaam in de zuidelijke Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Curtis's Botanical Magazine, William Jackson Hooker (1827)


Observationum botanicarum, deel 3, N.J. von Jacquin (1767-1771)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra