Wilde planten in Nederland en België

Alpenrus - Juncus alpinoarticulatus

Frysk:

English: Alpine Rush

Français: Jonc des Alpes

Deutsch: Alpen-Binse

Synoniemen: Rijnrus, Juncus alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Alpinoarticulatus komt van Alpinum (van de Alpen).

Ondersoorten: Voorheen beschouwde men Alpenrus (Juncus alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus) en Duinrus (Juncus alpinoarticulatus subsp. atricapillus) als twee ondersoorten. Beide ondersoorten samen werden Rechte rus genoemd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli t/m september.

Afmeting: 20-60 cm.


williamdomenge9 -
CC BY-NC 4.0


biopix.com - © JC Schou


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Aan een vrij forse, enige millimeters dikke, kruipende wortelstok met gemiddeld 1-2 centimeter lange leden ontspringen rijen stengels.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, niet-bloeiende stengels dragen meer dan één volledig blad. De bloeistengels worden aan de voet al of niet omhuld door een paar scheden zonder bladschijf.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladschijf is gekamerd door van buiten af zichtbare tussenschotten. Gemiddeld met drie volledige bladeren.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


luirig.altervista.org - Marinella Zepigi


luirig.altervista.org - Marinella Zepigi


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. Het onderste schutblad is meestal korter dan de bloeiwijze. De bloeiwijze kan uit enkele tientallen tot enige honderden hoofdjes bestaan en vrij compact tot tamelijk ijl zijn. Meestal is zij meer hoog dan breed en steeds staan de zijtakken rechtop of onder een scherpe hoek schuin omhoog. De onderste pluimtak kan sterk verlengd zijn, zodat de bloeiwijze tweekoppig lijkt. De bloemdekbladen zijn donker rossig-bruin tot bruinzwart, onderling ongeveer even lang en met een stompe top. De helmknoppen zijn 0,3-0,7 mm lang, duidelijk korter dan de helmdraden. De stijl is 0,2-0,3 mm lang.


luirig.altervista.org - Daniela Longo


Svetlana Nesterova -
CC BY-NC 4.0


williamdomenge9 -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De glanzend bruinzwarte tot zwarte doosvrucht is meestal duidelijk langer dan het bloemdek, is abrupt in een kort snaveltje toegespitst en bevat vijfentwintig tot vijfenveertig zaden. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen (pioniervegetatie) op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende grond (zandige klei en leem).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland, moerassig schraal grasland en hooiland met bronbeekjes), kalkmoerassen (veenmoeras), waterkanten (o.a. langs nieuwe vijvers en langs tichelgaten), afgravingen (zandgroeven en leemgroeven) en heide (in de overgang van heide naar natte laagten of vennetjes).

Verspreiding

Wereld: Europa.

Nederland: Zeldzaam. Het meest  in Twente en  bij Nijmegen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Rechte rus


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Naturalis Biodiversity Center, Leiden


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J.W. Sturm (1835-1837)


Atlas der Alpenflora, Anton Hartinger (1882)


Juncus atricapillus var. sparsiflorius
Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL