Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Alsemambrosia - Ambrosia artemisiifolia

Andere namen

Frysk: Moalstokje

English: Annual Ragweed

Français: Ambroisie annuelle

Deutsch: Hohe Ambrosie

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Ambrosia

Soort: Ambrosia artemisiifolia

Naamgeving (Etymologie): Ambrosia is het Griekse woord voor voedsel voor de goden, waardoor ze eeuwig zouden leven. Artemisia stamt mogelijk af van het Griekse artemis (gezond of fris). Dit vanwege het geneeskundig gebruik van de plant. Het kan echter ook afstammen van Artemis, de Griekse godin van de geboorte en vrouwen. De plant werd gebruikt bij vrouwenziektes. Artemisiifolia betekent artemisiabladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Augustus, september en oktober.

Afmeting: 20-100 cm, maar soms tot 150 cm.


Stefan-Xp - CC BY-SA 3.0


R. A. Nonenmacher - CC BY-SA 4.0


Harry Rose - CC BY-SA 2.0


Arnold van Vliet - CC BY-SA 3.0

Wortels


Jpve - CC BY-SA 4.0


SB Johnny - CC BY-SA 3.0


Jpve - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Stengels: De rechtopstaande, vrij sterk behaarde stengels zijn vertakt, kantig en aan de voet verhouten ze enigszins. De stengels zijn eerst groen, maar kunen later verkleuren naar roodbruin, met name als de plant in de volle zon staat.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onderaan tegenoverstaande (hogerop staan ze meer verspreid) bladen zijn enkel of meestal dubbel veerdelig, maar soms driedelig geveerd, met lancetvormige slippen en ze zijn duidelijk gesteeld. Van boven zijn de zachtbehaarde bladeren groen en aan de onderkant zijn ze grijsgroen.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Andrew Butko - CC BY-SA 3.0


Père Igor - CC BY-SA 3.0


Jpve - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De 3-5 mm grote, groengele mannelijke hoofdjes hebben vijf meeldraden en vergroeide, kale of weinig behaarde omwindselbladen. Ze groeien in aarvormige trossen. De onopvallende vrouwelijke hoofdjes zijn éénbloemig en groeien in de drie bladoksels, onderin de bloeiwijze. Ze hebben lange stempels. Het vruchtbeginsel is onderstandig. De omwindselbladen zijn stekelig getand. Een windbestuiver.


Mannelijke bloemen
Gerhard Doerries - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Harry Rose - CC BY-SA 2.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchtomhulsel om het nootje is voorzien van vijf tot zeven korte, priemvormige stekeltjes en daarboven een snavelvormige top van ongeveer 2 millimeter. Alleen in een warme herfst produceert de plant rijpe zaden. Het pappus ontbreekt, evenals de stroschubben. De eivormige nootjes zijn 2-3 mm groot en hebben aan de bovenzijde een kroontje van tanden. Via die tanden blijven de nootjes in de vacht van dieren hangen en worden zo verspreid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Gerhard Doerries - CC BY 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Jacques Maréchal - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak zanderige grond.

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, braakliggende grond, bermen (open plekken), akkers, tuinen, ruderale plaatsen, ruigten, industrieterreinen en haventerreinen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Elders plaatselijk ingeburgerd, o.a. in West-Europa.


gbif.org

Nederland: Voor het eerst aangetroffen in 1875. Plaatselijk vrij algemeen. Ingeburgerd tussen 1975 en 1999.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Verwilderd en mogelijk ingeburgerd. Het meest in de Kempen.

Wallonië: Meestal niet lang standhoudend.

Wetenswaardigheden

De plant hier ingevoerd door de import van kippen- en vogelvoer, waartussen zich ook de zaden van de alsemambrosia bevinden. De plant scheidt de stof coronopiline uit, die de groei van andere planten in de omgeving enigszins belemmert. Het vruchtje haakt door de priemvormige stekels in de vacht van dieren en wordt zo verspreid. Het stuifmeel geeft een heftige hooikoortsreactie, evenals het aanraken van de bloeiwijze. In Nederland en België is de laatste jaren een sterke groei geconstateerd van het aantal ambrosiapollen in de lucht. De late bloei van de plant, in september en oktober, verlengt het hooikoortsseizoen met twee maanden. Bij een warmere zomer gevolgd door een warme herfst kan de plant steeds beter in Europa gedijen. Per plant kan tot een miljard pollen verspreid worden (de allergische werking van de pollen is enkele malen sterker dan die van gras). Het stuifmeel (pollen) veroorzaakt bij veel gevoelige mensen hooikoorts. Ook kan de plant bij aanraking een allergische reactie op de huid verooorzaken.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)


American medicinal plants, deel 1, C.F. Millspaugh (1892-1887)


Farm weeds of Canada, G.H. Clark, J. Fletcher (1906)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra