Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Amerikaanse vogelkers - Prunus serotina

Andere namen

Frysk: Boskpest

English: Black Cherry

Français: Cerisier tardif

Deutsch: Späte Traubenkirsche

Verouderde of andere namen: Padus serotina, Cerasus serotina, Prunus virginiana, Bospest

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Prunus

Soort: Prunus serotina

Naamgeving (Etymologie): Prunus is mogelijk afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Serotina betekent laat bloeiend of groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik of boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 3-20 m.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Geen worteluitlopers.


Krzysztof ZIarnek - CC BY-SA 3.0

Stam: De bruine schors op jonge stammen heeft duidelijke horizontale lenticellen en ruikt sterk bij beschadiging (een amandelgeur).


Chhe - Public Domain


Mongo - Public Domain


Kenraiz - CC BY-SA 3.0


Krzysztof ZIarnek - CC BY-SA 3.0

Takken: De welriekende schors is bruin, maar jonge twijgen zijn eerst groen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De verspreidstaande, giftige, breed lancetvormige, 5-12 cm lange bladeren verschijnen voor de bloemen en zijn enigszins leerachtig en met een spitse top. Ze zijn eerst donkergroen, maar in de herfst verkleuren ze naar geel. Bij jonge struiken overwinteren dikwijls enige bladeren. De bovenkant van de bladeren is glanzend en kaal, maar aan de onderkant is de onderste helft van de middennerf zeer dicht (en meestal zeer kort) behaard (de zijnerven zijn niet of alleen aan de voet behaard). De talrijke zijnerven (tot wel tot zestig paar) staan dicht opeen en springen weinig of niet uit. De bladrand is gezaagd.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen verschijnen later dan de bladeren. Ze vormen eerst samen een rechtopstaande, enigszins gedrongen tros. Ze zijn minder dan een centimeter in middellijn, met vijf roomwitte, rondachtige kroonbladen en eveneens vijf kelkbladen. Er zijn twintig of meer meeldraden, die op de rand van de bloembodem zijn ingeplant. Het vruchtbeginsel is bovenstandig en heeft één stijl met één stempel. De bloemsteel wordt 3-6 cm lang.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een steenvrucht. De bessen vormen samen een tros. De paarszwarte, bolvormige bessen worden tot ongeveer 1 cm in doorsnee. De kelk (het kroontje) is nog aanwezig bij de rijpe vrucht. De pitten zijn glad. De bessen zijn eetbaar, maar de smaak verschilt nogal per struik. De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Vogels (met name spreeuwen) eten de bessen en zorgen via hun uitwerpselen voor verspreiding. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot voedselarme, zwak zure tot zure, kalkarme zandgrond.

Groeiplaatsen: Bosranden, bossen (loofbossen, vaak op verstoorde grond), struwelen, heide, zeeduinen (middenduinen), braakliggende grond en langs spoorwegen (verlaten spoorwegterreinen). Een kreupele vorm van Amerikaanse vogelkers werd sinds het begin van de twintigste eeuw als vulhout in produktiebossen op voedselarme grond aangeplant. Amerikaanse vogelkers werd spoedig een plaag in de bosbouw vandaar ook de bijnaam 'bospest'. De struik treedt vaak op in storingssituaties, zoals op kapvlaktes, waar door mineralisatie van de afgevallen bladeren en dode takken, stikstof in de bodem vrijkomt.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het zuiden en oosten van Noord-Amerika, van Guatemala tot Zuidoost-Canada. Sinds het eind van de 19e eeuw ingeburgerd in Europa.


gbif.org

Nederland: Algemeen op de hoge zandgronden en in het duingebied, vrij zeldzaam in het rivierengebied, in Flevoland en Zeeland, in laagveengebieden en in het noordelijk zeekleigebied.
Algemeen. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in de Kempen.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië: Vrij zeldzaam, verspreid voorkomend.

Toepassingen

Cultuur: Amerikaanse vogelkers wordt, met name in Midden-Europa, aangeplant voor het hout en als sierboom.

Keuken: De kleine bessen zijn eetbaar, maar alleen als ze echt rijp zijn, dus als de kleur zeer donkerrood, bijna zwart is. Ze hebben een enigszins bittere smaak. Men kan er onder meer jam en sap van maken. Het blad en de pit zijn giftig. Het is dus sterk af te raden kersenpitten door te slikken. Bij geiten wordt na opname zelfs blauwzuur gevormd, wat zeer dodelijk is. Stikstof bemesting, droogte, vorst en bespuiting verhogen het gifstofgehalte.

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


The Silva of North America, deel 4, C.S. Sargent (1892)


A guide to the trees, A. Lounsberry, A. Rowan (1900)


Revue horticole, serie 4, deel 65, L. Descamps-Sabouret (1893)


Plantarum novarum vel minus cognitarum, J.G. Zuccarini (1832-1847)


Revue horticole, serie 4, deel 60, L. Descamps-Sabouret (1888)


Revue horticole, serie 4, deel 63, L. Descamps-Sabouret (1891)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra