Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Amerikaanse kruidkers - Lepidium virginicum

Frysk: Amerikaansk kerskrŻd

English: Virginia Peppergrass

FranÁais: Passerage de Virginie

Deutsch: Virginische Kresse

Synoniemen: Virginische Kruid.kers

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lepidium komt van het Griekse lepis (schub), hetgeen slaat op de kleine hauwtjes, die wel wat op schubben lijken. Virginicum betekent afkomstig uit VirginiŽ in Noord-Amerika.

Een andere soort: Vergeten kruidkers (Lepidium neglectum) is nauw verwant, maar heeft kleinere kroonbladen. Deze plant wordt hier zo nu en dan ook aangetroffen, maar houdt geen stand.
Vergeten Kruid.kers staat op open, zonnige en warme, droge en omgewerkte, Ī voedselrijke en matig zure, zwak basische tot kalkhoudende, stikstofarme tot matig stikstofrijke zand- en leemgrond, verder ook op stenige plaatsen. De eenjarige plant groeit in bermen, ruigten en op puin, in akkers en op braakliggende grond, op stortplaatsen en bij molens. Verder tussen straatstenen, in plantsoenen en op parkeerplaatsen, op haven-, industrie en spoorwegterreinen en op andere ruderale plaatsen. De onbestendige plant stamt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in West- en Midden-Europa ingeburgerd. Het taxon komt in Nederland her en der verspreid voor, is onbestendig en werd in het verleden vaker aangetroffen dan tegenwoordig het geval is. Ze staat wat kenmerken betreft tussen Amerikaanse en Dichtbladige steenkers in. Verkommerde exemplaren, waar de overige kenmerken niet of nauwelijks ontwikkeld zijn, kunnen naast de afwezigheid van een geur herkend worden aan de spitse, sikkelvormig naar boven gekromde beharing van het bovenste stengeldeel.
Renť van Moorsel, 2015 - CC BY-SA 3.0


Sipke Gonggrijp -
CC BY-NC-ND 3.0


Sipke Gonggrijp -
CC BY-NC-ND 3.0

Amerikaanse kruidkers - Lepidium virginicum

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m augustus.

Afmeting: 15-60 cm.


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: Bij flink uitgegroeide planten heeft de stengel naar boven toe veel zijtakken. Op de stengel en de bloeiwijzetakken zie je slanke, meestal naar boven gebogen (sikkelvormig teruggekromde), aangedrukte, spitse haren.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bladeren: De onderste bladen zijn liervormig, en vaak kroezig ingesneden (als een andijvieblad). De hoger geplaatste bladen zijn meestal lijn-lancetvormig en scherp gezaagdof getand. De bladrand met sikkelvormig teruggekromde, aangedrukte, spitse haren (borstelharen).


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen hebben witte, buiten de kelk uitstekende kroonbladen (de 1-1Ĺ mm lange kroonbladen zijn dus langer dan de kelkbladen) en hoogstens vier meeldraden.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De hauwtjes zijn rond (2Ĺ-4 mm breed) met een hartvormige top-insnijding. De zaden (1,5 bij 1,1 mm) zijn duidelijk gevleugeld. De buitenomtrek van de rand is doorschijnend. Het vruchtsteeltje is ongeveer twee keer zo lang als het hauwtje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, iets kalkhoudende en meestal stenige grond (ook op zand en leem).

Groeiplaatsen: Bermen (open plekken), omgewerkte grond, braakliggende grond, langs spoorwegen (steile spoordijken en spoorwegterreinen), ruderale plaatsen, industrieterreinen, haventerreinen, parkeerplaatsen, tussen straatstenen en in plantsoenen.

Verspreiding

Wereld: Amerikaanse kruidkers: Oorspronkelijk uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Ingeburgerd in Europa en Oost-AziŽ. Ook op een aantal plaatsen in Nieuw-Zeeland en AustraliŽ.
Vergeten Kruidkers
: Europa

Amerikaanse kruidkers

Vergeten kruidkers

Nederland: Amerikaanse kruidkers: Zeldzaam ingeburgerd in stedelijke gebieden. Het meest in het rivierengebied, Midden-Limburg en Midden-Nederland. Elders zeer zeldzaam.
Vergeten kruiskruid: Niet ingeburgerd.

Amerikaanse kruidkers

Vergeten kruiskruid

Vlaanderen: Amerikaanse kruidkers: Vrij zeldzaam ingeburgerd, maar vrij algemeen in stedelijke gebieden.
Vergeten kruiskruid: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.
WalloniŽ:
Amerikaanse kruidkers: Zeldzaam ingeburgerd.
Vergeten kruiskruid: Niet in WalloniŽ.

Amerikaanse kruidkers

Vergeten kruiskruid

Wetenswaardigheden

De zaden van de Amerikaanse kruidkers werden met graan of graszaad ingevoerd. Daardoor kwam zij vroeger vaak bij molens voor. De jonge bladeren kunnen gekookt of vers gegeten worden. De jonge hauwtjes kunnen als vervanging van peper worden gebruikt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Stirpes surinamenses selectae [in Natuurk. Verhandelingen van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, Verzameling 2, Deel 7, F.A.W. Miquel (1850)


Illustrated flora of the northern states and Canada. deel 2, N.L. Britton, A. Brown (1913)


A curious herbal, deel 2, E. Blackwell (1739)


Herbarium Blackwellianum, deel 4, E. Blackwell (1760)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL