Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Armbloemige waterbies - Eleocharis quinqueflora

Andere namen

Frysk: Earme wetterbies

English: Few-flowered Spike-rush

Français: Scirpe pauciflore

Deutsch: Wenigblütiges Sumpfried

Verouderde of andere namen: Eleocharis pauciflora, Scirpus quinqueflorus, Scirpus pauciflorus, Cyperus pauciflorus

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Eleocharis (Waterbies)

Soort: Eleocharis quinqueflora

Naamgeving (Etymologie): Eleocharis komt van het Griekse elos (moeras) en chairo (houden van). Quinqueflora betekent met vijf bloemen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 5-30 cm.


Panek - GFDL


Daderot - CC0


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Yoan Martin - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Dunne, kruipende, sterk vertakte wortelstokken, waarmee de plant soms aanzienlijke matten vormt. De eindknop van de wortelstok is verdikt tot een bol.


herbariaunited.org


© Steve Matson - CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Polvormend. De donkergroene, rolronde (soms iets afgeplatte) stengels zijn meestal ongeveer 0,5 mm dik (soms tot 1 mm), vaak gekromd en worden aan de voet omhuld door glanzend roodbruine bladscheden. De bovenste schede is ongeveer recht afgesneden. De stengels zijn vaak iets gekromd en bladloos.


Yoan Martin - CC BY-SA 2.0 FR


Ruppia2000 - CC BY-SA 3.0


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De grondbladen zijn rond en gegroefd.


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


luirig.altervista.org - Enzo De Santis


© Steve Matson - CC BY-SA 3.0


luirig.altervista.org - Enzo De Santis

Bloemen: Tweeslachtig. De aar bevat drie tot zeven bloemen en wordt 0,4-1 cm lang (in de vruchttijd ongeveer half zo breed als lang). De kafjes zijn bruinrood. Het onderste kafje (dat al of niet een bloem draagt) omvat de aarspil volledig en is soms bijna even lang als de aar (minstens half zo lang). De eironde, spitse kafjes hebben een brede vliezige bladrand. Elk bloempje heeft vier tot zes tot stekels omgevormde kroonbladen (borstels). De stijl heeft drie stempels en gaat aan de voet geleidelijk in het vruchtbeginsel over.


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


© Steve Matson - CC BY-SA 3.0


Yoan Martin - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het geelbruine, driekantige nootje is 1½-2 mm lang en heeft een stekelige punt. Eenzaadlobbig.


luirig.altervista.org - Enzo De Santis


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte, matig voedselarme, niet bemeste, zoete tot brakke, kalkrijke grond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinvalleien, langs duinpaden, afgeplagde plekken en binnenduingrasland), aan de hoge rand van schorren, moerassen (laagveenmoeras en veentjes in bron- en kwelgebieden, kalkmoerassen), waterkanten (b.v. op de oevers van geschoonde greppels), heide (in begraasde heide op plaatsen met kalkhoudend grondwater, plagplekken in het veen), afgravingen (leemkuilen), karrensporen en grasland (licht hellend hooiland).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde gebieden op het noordelijk halfrond en in Chili, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in de duinen op de Waddeneilanden, op Voorne, Goeree en Schouwen en in Zeeuwsch Vlaanderen en zeer zeldzaam in het westen, oosten en midden van het land.
Rode lijst 2012. Bedreigd. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen. In de duinen werd de soort voor het laatst gevonden in 1982.
Rode lijst. Bedreigd.

Wallonië: Zeer zeldzaam in de zuidelijke Ardennen.
Rode lijst. Ernstig bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


1. Torfsimse
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Icones et descriptiones graminum austriacorum, deel 1, N.T. Host (1801-1809)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra