Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Armoedige zegge - Carex depauperata

Andere namen

Frysk:

English: Starved Wood Sedge

Français: Laîche appauvrie

Deutsch: Armblütige Segge

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex depauperata

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Depauperata betekent sterk verarmd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 10-60 cm.


Daderot - CC0


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR


Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De gladde stengels zijn gebogen, stomp driekantig en worden tot één mm dik. De plant vormt losse zoden. Met bovengrondse uitlopers.


@ S. Filoche - CC BY-SA 4.0


Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0


Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0


Christophe Girod - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De slappe bladen zijn 2-4 mm breed en worden ongeveer even lang als de stengel. De schutbladen  zijn bladachtig en even lang of langer dan de bloeiwijze.


Daderot - CC0


Enzo De Santis - CC BY-NC-ND 4.0


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR


Enzo De Santis - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De 5-10 cm lange aartjes zijn armbloemig. De vrouwelijke aartjes zijn 1-2 cm lang en groeien onderaan de aar (met twee tot vijf bloemen). Het bovenste aartje steekt niet boven het mannelijke aartje uit (met één tot drie bloemen).


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


Enzo De Santis - CC BY-NC-ND 4.0


Enzo De Santis - CC BY-NC-ND 4.0


Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchtjes zijn relatief groot. De urntjes zijn 7-8 mm lang en 2,5-3,5 mm breed. Ze zijn geelgroen tot lichtbruin, glanzend en met een 3 mm lange, tweetandige snavel. Eenzaadlobbig.


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR


Enzo De Santis - CC BY-NC-ND 4.0


Enzo De Santis - CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde, open, warme plaatsen op matig voedselrijke, droge, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen).

Verspreiding

Wereld: Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot in Luxemburg en Groot-Brittannië.


gbif.org

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Vroeger zeer zeldzaam in het Maasgebied. Waarschijnlijk even voor 1980 voor het laatst gevonden.
Rode lijst. Verdwenen uit Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)


Flore descriptive et illustrée de la France, de la Corse et des contrées limitrophes, Hippolyte Coste (1901-1906)


Fig. 50 en Fig. Ad. No. 50
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra