Wilde planten in Nederland en België

Armoedige zegge - Carex depauperata

Frysk:

English: Starved Wood Sedge

Français: Laîche appauvrie

Deutsch: Armblütige Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Depauperata betekent sterk verarmd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli.

Afmeting: 10-60 cm.


Daderot -
CC0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Ennio Cassanego -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: Kruipende wortelstokken.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Losse zoden vormend met bovengrondse uitlopers. De gladde, maar bovenaan ruwe stengels zijn gebogen en stomp driekantig. Ze worden tot één mm dik.


@ S. Filoche -
CC BY-SA 4.0


Ennio Cassanego -
CC BY-NC-ND 4.0


Ennio Cassanego -
CC BY-NC-ND 4.0


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De vlakke, slappe bladen zijn 2,5-4 mm breed en worden ongeveer even lang als de stengel. De bladscheden van de onderste bladen hebben een purperen kleur.


Daderot -
CC0


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn bladachtig en even lang of langer dan de bloeiwijze. De 5-10 cm lange aartjes zijn armbloemig. Aan de top van de stengel zit een mannelijke aar met één tot drie mannelijke bloemen en daaronder zitten twee tot vier verspreid staande vrouwelijke aren met elk twee tot zes vrouwelijke bloemen, die drie stempels hebben. De vrouwelijke aartjes zijn 1-2 cm lang en groeien onderaan de aar (met twee tot vijf bloemen). Het bovenste aartje steekt niet boven het mannelijke aartje uit. Mannelijke bloemen met drie meeldraden. Het eivormige, sterk toegespitste kafje van de vrouwelijke bloem is groenachtig tot bleekgeel en heeft een bruine, vliezige rand.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0


Ennio Cassanego -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een zilvergrijs, stomp driekantig, tot 10 mm lang nootje. De afstaande of teruggebogen, geelgroene tot lichtbruine, glanzende en viernervige urntjes zijn 5-8 mm lang en 2,5-3,5 mm breed. Ze hebben een tot 3 mm lange, tweetandige snavel. Eenzaadlobbig.


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0


Enzo De Santis -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op matig voedselarme, zure grond.

Groeiplaatsen: Hoogveenmoerassen, grasland en bossen (loofbossen).

Verspreiding

Wereld: Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot in Luxemburg en Groot-Brittannië.

Nederland: Niet in Nederland.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam in het Maasgebied. Waarschijnlijk even voor 1980 voor het laatst gevonden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Fig. 50 en Fig. Ad. No. 50
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)


Flore descriptive et illustrée de la France, de la Corse et des contrées limitrophes, Hippolyte Coste (1901-1906)


Phytographia, C.L. Willdenow(1794)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL