Asperge

Namen

Wetenschappelijk: Asparagus officinalis subsp.officinalis

Nederlands: Asperge (Tuinasperge)

Frysk: Asperzje

English: Garden Asparagus

Français: Asperge officinale

Deutsch: Spargel

Geslacht: Asparagus, Asperge

Familie: Aspergefamilie, Asparagaceae

Ondersoort: De andere ondersoort is Liggende asperge (Asparagus officinalis subsp. prostratus).

Naamgeving: Asparagus komt van het Griekse asparagos, dat volgens sommigen zou zijn afgeleid van sparasso (ik verscheur), wat zou slaan op de krachtige stekels bij een aantal soorten. Volgens anderen komt het van sparag(e)oo (tot barstens toe gevuld zijn), vanwege de vlezige spruiten. Officinalis betekent geneeskrachtig of uit de apotheken.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 30-120 cm (soms nog hoger).


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een dikke, houtige, kruipende wortelstok  met lange, dikke wortels.


www.gardenaction.co.uk

Nordisk femiljebok


http://herbariaunited.org/

Stengels: Rechtopstaande, dof donkergroene, sterk vertakte, kale stengels. Vaak struikachtig. In het najaar wordt de plant oranjebruin tot geel. Daarna verdwijnt zij bovengronds.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Takken: De naaldvormige, groene takjes die in groepjes van drie tot vijftien in de oksels van de schubvormige bladeren nemen de functie van de bladeren over. Ze zijn 1-2,5 cm (soms tot 3 cm) lang en iets afgeplat.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De eigenlijke bladeren zijn vliezige, driehoekig-eironde, spitse schubben van enige millimeters lengte, die aan de voet langs het eronder staande stengellid aflopen. Alleen de stengelbasis draagt wat grotere schubben. Ze worden spoedig bruin.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Krzysztof Ziarnek - GFDL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


http://sydneyweeds.org.au/

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De kleine (4-6,5 mm lange), klokvormige, groenig gele bloemen staan alleen of met twee bijeen in de bladoksels. Tenslotte hangen ze over. De bloemsteel heeft ongeveer halverwege een gewrichtje. Vrouwelijke planten hebben bloemen van hoogstens 5 mm met een vrijwel losbladig bloemdek, rudimentaire meeldraden en een stamper met drie afstaande stempels. Mannelijke planten hebben grotere bloemen met een diep gespleten bloemdek, waarop in de buis de meeldraden staan, en een rudimentaire stamper. Na de bloei valt het bloemdek niet af. De bloemstelen zijn 6 tot soms 25 mm lang.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een bes. Een 6-10 mm grote, glanzend oranjerode bes met zwarte zaden. De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Leo Michels - CC0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende tot kalkrijke, humushoudende grond (zand, leem en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Struwelen en lichte bosjes, zeeduinen (o.a. tussen duinstruweel en in bermen), op rotsen langs de kust, ruderale plaatsen, bermen, rivierduinen, in (rivierbegeleidende) ruigten, industrieterreinen, langs spoorwegen (spoordijken), omgewerkte grond en braakliggende grond. Tuinasperges in bermen en op ruderale terreinen zijn vaak verwilderd vanuit cultuur. Langs de grote rivieren komt zij vermoedelijk ook hier en daar als oorspronkelijke wilde plant voor.

Verspreiding

Wereld: West-Siberië, de Kaukasus en Europa. Binnen Europa niet in de meest noordwestelijke en noordelijke delen en maar weinig in het Middellandse-Zeegebied. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, delen van Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Asperge - Asparagus officinalis

Nederland: Algemeen in de Hollandse en Zeeuwse duinen, plaatselijk vrij algemeen langs de grote rivieren, elders verwilderd, met name in Noord-Brabant en Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in het kustgebied, nabij stedelijke gebieden en in gebieden waar Asperge wordt gekweekt.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Asperge - Asparagus officinalis subsp. officinalis

Wallonië: Zeldzaam. Verspreid voorkomend.

Toepassingen

Medicinaal: Aan de asperge wordt een geneeskrachtige werking toegekend als medicijn tegen bijensteken, hartproblemen, duizeligheid en tandpijn. Ook werd het toegepast als urineafdrijvend middel of laxeermiddel. In asperges komt aminozuur asparagine voor dat de nierfunctie stimuleert. Tegenwoordig worden asperges vaak gewaardeerd door patiënten met een zoutarm dieet, daar de asperge zonder verdere toevoegingen een duidelijke eigen smaak heeft. Enige uren na het nuttigen van verse asperges heeft de urine bij ongeveer 45% van de mensen een merkwaardige geur. Dat komt doordat de zwavelhoudende stoffen in de asperge in het lichaam na consumptie snel worden omgezet in vluchtige zwavelhoudende verbindingen.

Keuken: De jonge scheuten worden geteeld als groente. Om een langere vlezige stengel te krijgen worden de rijen Aspergeplanten met cakevormige zandwallen van ongeveer drie decimeter hoogte bedekt. De planten zijn na drie jaar oogstbaar en gaan daarna nog een jaar of twaalf mee. Er zijn witte asperges en groene asperges. De eerste groeien onder de grond, de tweede boven de grond. In Noordwest-Europa worden meestal witte asperges gekweekt, in landen als Italië zijn dat vaak groene asperges. Asperges werden al rond 2700 v.Chr gegeten. Ook de Romeinen wisten de groente twee eeuwen voor Chr. al te waarderen. Na de val van het Romeinse Rijk is de aspergeteelt in Europa teloor gegaan. De kennis werd wel levend gehouden in de Levant. En vanaf de 15e eeuw keerde de aspergeteelt in Europa terug vanuit Spanje.Vanaf de 17e eeuw werd de asperge in Frankrijk en in sommige andere West-Europese landen gekweekt. In Nederland worden sinds de negentiende eeuw op grotere schaal asperges geteeld. Het meest in Noord-Limburg, maar ook in o.a. Twente en Groningen. In 2003 werd in Woerden een mes gevonden met de afbeelding van een asperge, waardoor wordt aangenomen dat de asperge in Nederland al in de Romeinse tijd werd gegeten. In België worden o.a. asperges gekweekt in de streek rond Mechelen.

Vermeerderen: Zaaien (direct na het oogsten van het zaad).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Water-color sketches of American plants, especially New England, Helen Sharp (1888-1910)


Phytanthoza iconographia, deel 1, J.W. Weinmann (1737)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Histoire universelle du règne végétal, deel 11, P.J. Buchoz (1775-1778)


Herbarium Blackwellianum, deel 4, E. Blackwell (1760)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Histoire naturelle des végétaux, Atlas, E. Spach, M. elle F. Legendre (1834-1847)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Der Fruchtbringenden Gesellschaft, M. Merian (1646)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Rariorum plantarum historia, deel 2, C. Clusius (1601)


Traité des arbres et arbustes, deel 1,H.L. Duhamel du Monceau (1755)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Dictionnaire des sciences naturelles, Plates Botanique, deel 2 (1816-1830)


Flora regni borussici, deel 5, A.G. Dietrich (1832-1833


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flore médicale, deel 1, F.P. Chaumeton (1833)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, deel 9, C. Bollmann (1879-1882)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra