Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Avondkoekoeksbloem - Silene latifolia subsp. alba

Andere namen

Frysk: Juffer Lizeblom

English: White Campion

Français: Compagnon blanc

Deutsch: Weiße Lichtnelke

Verouderde of andere namen: Silene pratensis, Melandrium album, Lychnis alba, Lychnis vespertina, Silene alba

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Caryophyllales

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Geslacht: Silene

Soort: Silene latifolia ssp. alba

Naamgeving (Etymologie): De naam koekoeksbloem is mogelijk ontstaan doordat de planten bloeien als de Koekoek weer in het land is en begint te roepen. In de bladoksels zie je vaak schuim, waarin de larve van een schuimcicade leeft (het koekoeksspuug). Het zou dus ook kunnen dat de naam daarvan afkomstig is. Silene verwijst naar de bosgod Silenus, de Griekse vader van de silenen, die vaak met een dikke buik, net als de kelk van sommige soorten, dronken en rijdend op een ezel werd afgebeeld. Volgens anderen stamt silene af van het Griekse sialon (speeksel), omdat vele soorten kleverig zijn. Latifolia betekent met brede bladen en alba is wit.

Kruising: Avondkoekoeksbloem kan een kruising vormen met Dagkoekoeksbloem (Silene x hampeana, Bastaardkoekoeksbloem). De bastaard is grotendeels vruchtbaar en vormt soms bastaardzwermen met de ouders. De kroonbladen zijn meestal roze.
Bastaardkoekoeksbloem staat op zonnige tot licht beschaduwde, ietwat open, droge tot vochtige, ± voedselrijke, vaak enigszins bemeste, humusarme, vaak kalkhoudende en iets omgewerkte zand-, leem- en kleibodems, ook op laagveen en op puin. De plant staat vooral op plaatsen waar bosjes, houtwallen en struwelen gekapt of waar heggen en ruigten gerooid zijn en verder op allerlei andere verstoorde plaatsen. Deze kruising kan overal ontstaan waar beide ouders in elkaars nabijheid staan. Het taxon is algemeen verspreid in Nederland maar wordt waarschijnlijk vaak over het hoofd gezien. Illustratief hiervoor zijn de vindplaatsconcentraties rondom Eindhoven, in Twente en in het zuidwesten van Zuid-Limburg, waar deskundige en ijverige floristen al jarenlang goed werk doen. Bastaardkoekoeksbloem heeft in de regel roze bloemen, is grotendeels fertiel en kan terugkruisen met haar stamouders en zo bastaardzwermen vormen die in veel kenmerken overeenkomen met die van de ouders en herkenning (zeer) moeilijk kunnen maken.
René van Moorsel, 2015 - CC BY-SA 3.0


Silene x hampeana
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Silene x hampeana
© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Silene x hampeana
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Silene x hampeana
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Meerjarig, maar soms overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 45-100 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, zacht behaarde stengels zijn bovenaan kleverig door klierharen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


4028mdk09 - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De tegenoverstaande (onderaan komen ook kransen voor van vier bladen voor), langwerpige (elliptische tot lancetvormige) bladen worden 10 cm of langer. Ze zijn in of onder het midden het breedst en geleidelijk in de spitse top versmald. Ze zijn smaller en spitser dan die van Dagkoekoeksbloem. De onderste bladen zijn gesteeld, de bovenste meestal zittend. De bladrand is gaaf.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be


kuleuven-kulak.be

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De bloemen vormen samen een ijle, vertakte bloeiwijze. Mannelijke bloemen hebben vaak een duidelijk zichtbaar overblijsel van een vruchtbeginsel, soms met één kort priemvormig stijltje. Verder kan bij deze bloemen het verlengstuk van de bloemsteel tussen kelk en kroon wel 0,5 cm lang zijn. Bij de Dagkoekoeksbloem en bij vrouwelijke Avondkoekoeksbloemen is dit veel korter. In alle delen zijn de bloemen van de Avondkoekoeksbloem wat groter (2-3 cm in doorsnee) dan die van de Dagkoekoeksbloem, maar de vijf stijlen zijn haast tweemaal zo lang. Gewoonlijk heeft de Avondkoekoeksbloem een geheel witte kroon, maar deze kan ook - vooral bij verwelking - een rozige tint krijgen. De vijf tweespletige kroonbladen, die overdag verwelkt schijnen, strekken zich aaan het eind van de middag en in de avond. De kelk is iets opgeblazen, die van mannelijke bloemen zijn kleiner en tiennervig, die van de vrouwelijke bloemen zijn groter en twintig-nervig. De kelkbuis is 1½-2 cm lang. De bloemen verspreiden dan een zoete geur. Een mannelijke bloem heeft tien meeldraden, een vrouwelijke bloem vijf stijlen met vijf stempels. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een opgeblazen doosvrucht. Deze wordt ongeveer 1½ cm lang. De tien rechte tanden van de opengesprongen vruchten staan schuin omhoog (bij Dagkoekoeksbloem zijn ze omgerold). De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


la la means I love you - CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be


Didier Descouens - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak enigszins bemeste, maar humusarme, omgewerkte grond (van zand tot klei en op puin).

Groeiplaatsen: Ruigten (ruige, grazige begroeiingen), akkers (akkerranden), ruderale plaatsen (o.a. puinhopen), braakliggende grond, hellingen, bermen, langs spoorwegen (spoorbermen en spoordijken), struwelen, houtwallen, heggen, bosranden, onder hakhout en bij molenbelten.

Op zonnige standplaatsen in ruigten, langs akkerranden en randen van bosschages of in open hakhout

akkerranden en langs struweelranden en onder hakhout op wat open vochtige en voedselrijke omgewerkte grond. Ze houdt van zonnige standplaatsen. In het noordelijk kleigebied is ze echter minder algemeen.

Verspreiding

Wereld: Droge streken in Zuidwest-Azië, het Middellandse-Zeegebied en in West- en Noordwest-Europa. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Avondkoekoeksbloem

Verspreidingsatlas.nl

Dagkoekoeksbloem x Avondkoekoeksbloem (Silene x hampeana)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de Duinen en de Polders. Elders vrij algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Wetenswaardigheden

In Europa woekert de Avondkoekoeksbloem niet. In Amerika is dat anders. Zo’n 200 jaar geleden kwamen zaden met graanschepen mee naar de Verenigde Staten. Daar werd de plant een bekend onkruid die de boeren veel last bezorgt. Lorne Wolfe van de Georgia Southern University en Jelmer Elzinga en Arjen Biere van het Nederlands Instituut voor Ecologie onderzochten hoe de soort een woekeraar kon worden in Amerika. Door het vrijwel ontbreken van natuurlijke vijanden kon de avondkoekoeksbloem over hevelen van bescherming naar voortplanting. De plant ging dus veel bloemen en zaden produceren. In Europa hebben gespecialiseerde bladluizen, rupsen en schimmels het op de Avondkoekoeksbloem voorzien. Op het Amerikaanse continent komen veel van deze belagers niet voor. De plant blijkt daar zo'n 17 keer minder natuurlijke vijanden te hebben dan in Europa. De plant loopt daardoor in Amerika minder schade op en kan sneller groeien en zich beter voortplanten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Naturalis Biodiversity Centre, Leyden


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Deutschlands flora, deel 6, J. Sturm, J.W. Sturm (1806-1808)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Botanische Wandtafeln, A. Peter (1901)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra