Baardgras - Polypogon monspeliensis

Frysk:

English: Annual beard-grass

Français: Polypogon de Montpellier

Deutsch: Bürstengras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Polypogon komt van het Griekse polys (veel) en pogon (baard), om de gebaarde aar. Monspeliensis verwijst naar Montpellier.

Kruising: Fioringras x Baardgras (Agropogon x lutosus).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Gras.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 6-80 cm.


Harry Rose - cc by 2.0


natalie robb - cc by-nc 4.0


Harry Rose - cc by 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels: Geen uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


newfs.s3.amazonaws.com - © cc by-nc 3.0


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande of geknikt-opstijgende stengels zijn niet behaard en vaak vertakt.


Harry Rose - cc by 2.0


Margaret Vincent - cc by-nc 4.0


Northcut - cc by 4.0


Spencer - cc by 4.0

Bladeren: De bladscheden zijn glad of bovenaan iets ruw. De bovenste bladscheden zijn enigszins buikig. Het tongetje wordt tot 1½ cm lang en heeft een getande top.


aarenas - cc by-nc 4.0


aarenas - cc by-nc 4.0


Mark Marathon - cc by-sa 4.0


Attilio Marzorati - cc by-nc-nd 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De zeer dichte, cilindervormige en enigszins gelobde, geelachtige pluim wordt 1½-7 cm lang en heeft zeer korte assen en vele lange kafnaalden (geheel bedekt met fijne borstels). De hoofdas wordt bijna heklemaal door de aartjes bedekt. De kleine aartjes (2-3 mm) zijn éénbloemig, zeer kort gesteeld (0,5 mm lang) en hebben twee vrijwel even grote, éénnervige kelkkafjes met uitgerande top (tot 0,1 mm diep), waaruit een nerf uittreedt als een rechte naald die minstens dubbel zo lang is (4-7 mm lang) als de rest van het kafje. De kelkkafjes zijn aan de basis ruw door stekelhaartjes. Het eironde, zwak vijfnervige lemma is ongeveer half zo lang als de kelkkafjes en heeft een afgeknotte, iets getande top, waaruit de middennerf een kort naaldje (tenminste 0,3 mm lang) uittreedt. Bij rijpheid breekt het hele aartje af samen met het topje van de aartjessteel.


Philipp Weigell - cc by 3.0


Harry Rose - cc by 2.0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Vruchten en zaden: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, maar stikstofrijke zandgrond en op omgewerkte zandgrond. Vaak in enigszins brak milieu.

Groeiplaatsen: Randen van hoge, ontziltende kwelders (schorren), zeeduinen (uitgestoven duinvalleien), waterkanten (aan de rand van periodiek droogvallende ondiepe plassen en sloten en langs de Maas op strandjes), opgespoten grond (zand), langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en afgravingen (grindgroeven).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit gematigde streken in Azië, Noord-Afrika en Zuid-Europa (in West-Europa noordelijk tot in Zuid- en Oost-Engeland en Noordwest-Frankrijk).

Nederland: Ingeburgerd tussen 1975 en 1999. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd (sinds ongeveer 1970). Zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl