Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Bastaardpaardenstaart - Equisetum x litorale

Andere namen

Frysk: BastertrŻgebal

English: Shore Horsetail

FranÁais: PrÍle des rives

Deutsch: Ufer-Schachtelhalm

Verouderde of andere namen: Equisetum arvense x fluviatile

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Geslacht: Equisetum (Paardenstaart)

Soort: Equisetum x litorale

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Litorale betekent strand- of oeverbewonend.

Opmerking: Bastaardpaardenstaart is de bastaard van Heermoes en Holpijp.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juni en juli.

Afmeting: 30-85 cm.


© Loek Batenburg - CC BY-NC-ND 3.0


© Loek Batenburg - CC BY-NC-ND 3.0


© Arjan Portengen - CC-BY-NC-SA-3.0


© Benno te Linde - CC BY-NC-ND 3.0

Wortels: Een kale wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


s.idigbio.org - CC0-1.0


s.idigbio.org - CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn bijna steeds vertakt en vooral bovenaan duidelijk geribd. De centrale holte (het middenkanaal) is tamelijk wijd (ongeveer 2/3 van de stengeldoorsnede). De stengel is niet in een binnenste en een buitenste cilinder te splitsen (behalve bij Holpijp lukt dit niet bij alle andere paardenstaarten). Het eerste lid van de zijtakken is ongeveer even lang als de daarbij horende stengelschede (bladkrans). Stengels met 8-16 ribben, deze zijn scherper afgetekend dan die van Holpijp. Bastaardpaardenstaart verschilt verder van Lidrus door het grotere aantal zijtakken per krans en doordat de zijtakken, net als die van Heermoes, diep gegroefd zijn en bladkransen met naar buiten buigende tanden draagt. Je kunt Bastaardpaardenstaart van de beide oudersoorten onderscheiden door de hoofdstengel tussen duim en wijsvinger samen te knijpen: deze geeft dan iets mee, maar veert terug bij loslaten (Heermoes geeft niet mee, de Holpijp met zijn zeer wijde holte wordt plat geknepen en veert niet terug).


© Sipke Gonggrijp - CC BY-NC-ND 3.0


© Loek Batenburg - CC BY-NC-ND 3.0


© Gertjan van Noord - CC BY-ND 3.0


© Gertjan van Noord - CC BY-ND 3.0

Bladeren: Bladkransen met naar buiten buigende tanden.


© Arjan Portengen - CC-BY-NC-SA-3.0


© Arjan Portengen - CC-BY-NC-SA-3.0


© Menno Soes - CC BY 3.0


© Benno te Linde - CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Sporen. De snel dor wordende, donkere, gesloten blijvende, korte (1-1Ĺ cm) sporenaren worden aan de voet omhuld door de bovenste bladkrans. De sporen komen niet tot ontwikkeling.


© Benno te Linde - CC BY-NC-ND 3.0


hasbrouck.asu.edu - Public Domain


hasbrouck.asu.edu - Public Domain


bisque.iplantcollaborative.org- CC BY-NC 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige open plaatsen (soms in meer gesloten begroeiingen) op vochtige, vrij voedselrijke, verstoorde zandgrond.

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, braakliggende grond, ruderale plaatsen en waterkanten.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam.

WalloniŽ: Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Journal of botany, British and foreign, deel 25, B. Seemann (1887-1942)

Das Pflanzenreich (1900)


Lehrbuch der Botanik fŁr Gymnasien, Realschulen, forst- und landwirthschaftliche Lehranstalten, pharmaceutische Institute etc. sowie zum Selbstunterrichte (1872)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra