Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Beekpunge - Veronica beccabunga

Andere namen

Frysk: Sleatpunge

English: Brooklime

Français: Cresson de cheval

Deutsch: Bachbungen-Ehrenpreis

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Geslacht: Veronica (Ereprijs)

Soort: Veronica beccabunga

Naamgeving (Etymologie): Veronica is genoemd naar de heilige Veronica. Veronica zou in een zweetdoek de afdruk gekregen hebben van het aangezicht van Christus. Sommigen menen in de bloem een weergave te zien van die afdruk. Beccabunga is waarschijnlijk een Latijnse vervorming van het Duitse Bachbunge. Het Duitse Bunge betekent pauk en slaat op de bolle vruchten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0

Wortels: De kruipende stengels kunnen wortelen. Afgebroken stengelstukken kunnen wortelschieten en zo nieuwe planten vormen.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De gladde, ronde, dikke, vlezige, kale, kruipende en hogerop min of meer opgerichte stengels zijn bleekgroen of dikwijls roodachtig. Los gebroken stengeldelen kunnen weer wortelen en uitgroeien tot nieuwe planten.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be

Bladeren: De kortgesteelde, tegenoverstaande, glanzend donkergroene, 1-4 cm lange bladen zijn eirond tot langwerpig, stomp en gekarteld-gezaagd (onregelmatig stomp gezaagd) tot bijna gaafrandig en met een afgeronde top en een wigvormig aflopende voet. De bladen zijn enigszins vlezig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be

Bloemen: Tweeslachtig. De 5-8 mm grote bloemen groeien in tegenoverstaande, lang gesteelde trossen in de bladoksels van de bovenste bladen en hebben een donker hemelsblauwe kroon (zelden roze). De vrij smalle schutbladen zijn veel kleiner dan de gewone bladen. Ze zijn eveneens kleiner dan de gesteelde bloemen. De bloemen hebben vier vergroeide kroonbladen, vier kelkslippen, twee meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met één stijl en één stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Teun Spaans - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De kale vrucht is bijna bolvormig, nauwelijks ingesneden en ongeveer even lang tot iets langer dan de vrij spitse kelkslippen. Haar steel maakt een wijde, vaak bijna rechte hoek met de as van de tros. De vrucht gaat onder vochtige omstandigheden open, waarna de zaden door waterdruppels worden verspreid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende grond of in (zeer) ondiep, vaak stromend water. Vrij sterk zoutmijdend. (allerlei grondsoorten zoals humeus zand, leem, zavel, klei, veen en mergel).

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs beken, sloten, greppels en plassen ook in het water), kwelplekken, afgravingen (kleiafgravingen in uiterwaarden en kalkgroeven), oude rivierlopen, zeeduinen, grasland (opengetrapt of stukgereden weiland), braakliggende, natte grond en in bossen (moerasbossen, bronbossen en op strandjes van bosbeken).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in de meest noordelijke streken, in West- en Centraal-Azië en in delen van Noord-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Oost-Azië en Zuid-Afrika.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden, het midden, oosten en noordoosten van het land, in Zuid-Limburg, het rivierengebied en in de Hollandse duinen en zeldzaam in Zeeland en het noordelijk zeekleigebied. Niet op de Waddeneilanden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Polders en de Kempen. Het meest in de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Rode lijst. Thans niet bedreigd.
Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen. Het meest in de Kalkstreek en Lotharingen.

Toepassingen

Medicinaal: De bolheid van de vrucht werd als een teken opgevat om Beekpunge te gebruiken tegen opgeblazenheid.

Keuken: De wat scherp, enigszins bitter smakende bladeren werden vroeger wel gegeten (in het voorjaar, met name tegen scheurbuik). In het noorden van Europa gebeurt dat nog steeds als onderdeel van salades. De bladeren en jonge scheuten bevatten diuretisch (vorming van urine door de nieren) werkende stoffen.

Vermeerderen: Zaaien, scheuren of stekken.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Flora regni borussici, deel 5, A.G. Dietrich (1837)

Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


La flore et la pomone francaises, deel 4, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1831-1833)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora Parisiensis, deel 2, P. Bulliard (1776-1781)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)

Medical Botany, 3th edition, deel 3, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)

Flore médicale, deel 2, F.P. Chaumeton (1829)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra