Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Beemdkroon - Knautia arvensis

Andere namen

Frysk:

English: Field Scabious

Français: Knautie des champs

Deutsch: Acker-Witwenblume

Verouderde of andere namen: Scabiosa arvensis

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Dipsacales

Familie: Caprifoliaceae (Kamperfoeliefamilie)

Geslacht: Knautia

Soort: Knautia arvensis

Naamgeving (Etymologie): Knautia is genoemd naar Christian Knaut, een Duitse plantkundige, die leefde van 1656 tot 1716. Arvensis betekent in akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-70 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een vertakte wortelstok, waaraan bloeistengels en niet-bloeiende rozetten ontspringen.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De holle, rechtopstaande stengels zijn kort borstelig  behaard, met enkele langere haren daartussen. Door de fijne beharing lijkt de plant enigszins grijsgroen. De bloeistengel is vrij fors, rolrond en meestal vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De gesteelde, grijsgroene rozetbladen zijn langwerpig, zowel naar de top als naar de voet versmald en aan de rand vaak grof gezaagd tot gekarteld, maar soms gaafrandig. Aan de bloeistengel groeien meestal (tenminste in het midden) enige veervormig gedeelde, zittende, tegenoverstaande bladen met lancetvormige slippen. De verdeling van enkelvoudige en gedeelde bladeren over de plant kan echter sterk verschillen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De 2-4 cm grote bloemhoofdjes zijn tamelijk vlak en hebben sterk stralende randbloemen. Het ruw behaarde omwindsel is samengedrukt vierkantig, kort getand en bestaat uit enkele rijen langwerpige elkaar dakpansgewijs bedekkende blaadjes, waarvan ook de langste meestal niet tot de rand van het hoofdje reiken. Er zijn geen stroschubben. De kelk heeft de vorm van een kroontje met ongeveer acht schuin omhoog staande, priemvormige tanden. De viertallige kroon is licht blauwpaars of soms roze. De bloemhoofdjes vind je bovenaan de stengel en de vertakkingen. Op de hoofdjesbodem staan de vele kleine min of meer regelmatige bloemen met een onderstandig vruchtbeginsel. Om het vruchtbeginsel is nog een buitenkelk. De kelk en het omwindsel zijn sterk behaard met stijve haren. Een bloem heeft vier meeldraden, één stijl en één stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het bolronde vruchthoofdje valt spoedig uiteen. De schijnvrucht is vierkantig, ruig behaard en niet gegroefd. De voet van het bloemomwindseltje ontwikkelt zich tot een wit, vlezig, oliehoudend aanhangsel, dat mieren aanlokt, die mede voor de verspreiding zorgen (mierenbroodje). De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot meestal vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende tot vaak kalkrijke grond (zand, leem, mergel, löss en zavel).

Groeiplaatsen: Bermen, langs holle wegen, grasland (hooiland, weiland en uiterwaarden), rivierdijken, langs spoorwegen (spoorbermen, spoordijken en spoorwegterreinen), struwelen (struweelranden), heggen, bosranden en in de zeeduinen (binnenduinen).

Verspreiding

Wereld: Europa en West-Azië. Ook in Noord-Afrika (Atlasgebergte). Ingeburgerd in Noord-Amerika en op enkele andere plaatsen.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg en vrij zeldzaam in de Hollandse duinen, Zeeuws Vlaanderen, het rivierengebied en sommige aangrenzende gebieden. Elders zeer zeldzaam of niet aanwezig.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in het Maasgebied, de Dijlevallei en Haspengouw. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Achteruitgegaan, met name in het duingebied.
Rode lijst. Achteruitgaand.

Wallonië: Vrij algemeen in het Maasgebied en de Ardennen. Elders vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Toepassingen

Medicinaal: De oude naam Scabiosa arvensis heeft betrekking op het eeuwenoude gebruik van de plant tegen schurft.

Cultuur: De bloemen trekken veel vlinders en bijen aan. De plant produceert veel nectar en is daarom een geliefde insectenplant. Imkers noemen het een drachtplant omdat ze nectar en stuifmeel levert aan de bijen.

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)

Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)

Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)
Scabiosa communis

Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)
Scabiosa communis

Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)
Scabiosa communis

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)

Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)

Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)

Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)1


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


La flore et la pomone francaises, deel 1, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1828)


Flore médicale, deel 6, F.P. Chaumeton (1832)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 2, F.B. Vietz (1804)


Album de la flora médico-farmacéutica industrial, indigena y exotica, deel 2, V. Martin de Argenta (1863)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Water-color sketches of American plants, especially New England, Helen Sharp (1888-1910)


Annales des sciences naturelles. Botanique. Serie 7, deel 20, B. Herincq (1895)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra