Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Beenbreek - Narthecium ossifragum

Andere namen

Frysk: Bûtergers

English: Bog Asphodel

Français: Ossifrage

Deutsch: Beinbrech

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Dioscoreales

Familie: Nartheciaceae (Beenbreekfamilie)

Geslacht: Narthecium (Beenbreek)

Soort: Narthecium ossifragum

Naamgeving (Etymologie): Vroeger dacht men dat Beenbreek botbreuken bij het vee (met name bij schapen) veroorzaakte, vandaar de Nederlandse naam Beenbreek. De geslachtsnaam komt van het Griekse narthrex, de naam voor een plant met holle stengel. Narthecium is het verkleinwoord van narthex. Het woord zou afstammen van aroo (samenvoegen). De toepassing van het verkleinwoord zou te kennen geven, dat de plant het omgekeerde doet, namelijk dat het vee, dat er van vreet, brosse beenderen zou krijgen, maar volgens anderen zou het slijm van de plant vroeger gebruikt zijn om beenbreuken juist te genezen. Ossifragum komt van het Latijnse os (been) en frango (breken).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-30 cm.


Jmp48 - CC BY-SA 4.0


© Annie Vos- verspreidingsatlas.nl


Hajotthu - CC BY 3.0


© Hans Hillewaert - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een stevige, kruipende en vertakte wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Vaak in groepen groeiend. De stengels zijn meestal aan de voet opstijgend.


Patrice78500 - Public Domain


Joan Simon - CC BY-SA 2.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Aan de voet van de stengel groeit een zijdelings afgeplatte rozet van afwisselend in twee rijen staande, vlezige en dicht opeenzittende bladen. Deze vaak enigszins oranje aangelopen rozetbladen zijn zwaardvormig (lijnvormig) en staan met de stengel in één vlak. Ze zijn vaak min of meer sikkelvormig gekromd en hebben een spitse top. Er zijn vaak veel niet-bloeiende rozetten. De schedevormige tot schubvormige stengelbladen zijn veel kleiner en lijken op schutbladen. De schutbladen zijn lancetvormig.


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


Vberger - Public Domain


Catherine Mahyeux - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is een 6-7 cm lange, vrij dichte, aarvormige en veelbloemige tros met stervormige bloemen. De bloemsteeltjes staan in de oksels van schutbladen en halverwege groeit een steelblaadje. De vrije, lijn-lancetvormige, 6-8 mm lange bloemdekbladen zijn heldergeel met van buiten een brede, groene middenstreep, na de bloei vallen ze niet af. De meeldraden hebben wollig behaarde helmdraden en de helmknoppen zijn oranjerood. De stempel is drielobbig.


Joan Simon - CC BY-SA 2.0


Joan Simon - CC BY-SA 2.0


Aroche - CC BY 2.5


Guérin Nicolas - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De helder oranje, tot 12 mm lange, sigaarvormige (smalle, elliptische) doosvruchten vertonen zes lengtegroeven en bevatten enige tientallen spoelvormige, aan de top en de voet draadvormige (de uiteinden met borstels), ruim 0,5 cm lange zaden. De zaden worden door de wind uit de doosvruchten geschud. De zaden zijn kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


© Hanneke Waller - verspreidingsatlas.nl


Elke Freese- CC BY-SA 3.0


David Sautet - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselarme, matig zure grond (veen en sterk humeus tot venig zand en leem). Plekken met een weinig schommelende waterstand. Beenbreek verdraagt geen langdurige overstroming.

Groeiplaatsen: Moerassen (moerassige plaatsen in heide- en veengebieden, hoogveen), struwelen (gagelstruweel), waterkanten (langs greppels in natte heide, langs vennen en aan de rand van verlandende vennen).

Verspreiding

Wereld: West-Europa, vanaf Noord-Portugal tot Noord-Noorwegen. Oostelijk tot in Midden-Frankrijk, Noordwest-Duitsland en Zuid-Zweden.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam. Het meest nog in Noord- en West-Drenthe en Zuidoost-Fryslân. Ook in Twente, aan de westrand van de Veluwe en in de zuidelijke helft van Noord-Brabant.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems. Beschermd.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam in de Kempen.
Rode lijst. Kwetsbaar.

Wallonië: Vrij zeldzaam in de Hoge Ardennen.
Rode lijst. Bedreigd.

Toepassingen

Medicinaal: Bij de oude Grieken werd de stengel aanbevolen tegen winderigheid van de darmen.

Verfplant: Op de Shetland-eilanden werd uit de bloemen een surrogaat voor saffraan gemaakt, terwijl in andere streken hieruit een kleurstof werd bereid om het haar te verven.

Vermeerderen: Zaaien voor de winter of scheuren.

Wetenswaardigheden

Dankzij mycorriza (schimmels die in symbiose leven op de wortels van diverse gewassen) is zij onder voedselarme omstandigheden in staat de weinige voedingsstoffen efficiënt op te nemen. Lange tijd dacht men dat beenbreek botbreuken bij het vee (met name schapen) veroorzaakte. De meest waarschijnlijke verklaring is echter dat deze plant uitsluitend groeit op zure bodems, waar niet of nauwelijks kalk in zit en die kalk is nodig voor een gezond skelet.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

 
Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Deutschlands flora, deel 18, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1839-1840)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Les Liliacées, deel 4, P.J. Redouté (1805-1816)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra