Beklierde duizendknoop - Persicaria lapathifolia

Andere namen

Frysk: Knoopreadskonk en Bloedgers

English: Pale Persicaria

Français: Renouée à feuilles de patience

Deutsch: Acker-Ampferknöterich

Verouderde namen: Polygonum lapathifolia, Polygonum lapathifolium, Polygonum tomentosum, Polygonum nodosum

Classificatie

Orde: Caryophyllales

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Geslacht: Persicaria (Duizendknoop)

Soort: Persicaria lapathifolia

Naamgeving (Etymologie): De naam duizendknoop komt van de plaatselijke verdikkingen op de stengel (de knopen). Persicaria betekent perzikkruid (de bladeren lijken op die van de Perzik). Lapathifolia betekent met bladen van zuring (de bladeren lijken op die van zuring).

Ondersoorten: Beklierde duizendknoop is een zeer variabele soort, die vaak wordt gescheiden in verschillende ondersoorten: Knopige duizendknoop (Persicaria lapathifolia subsp. lapathifolia), Viltige duizendknoop (Persicaria lapathifolia subsp. pallida), Oeverduizendknoop (Persicaria lapathifolia subsp. brittingeri) en Groenige duizendknoop (Persicaria lapathifolia subsp. mesomorpha). De begrenzinging van de ondersoorten is zeer lastig, want er komen allerlei tussenvormen voor.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: Subsp. lapathifolia: 30-120 cm. Subsp. pallida: 30-60 cm. Subsp. brittingeri: 10-30 cm.


Harry Rose - CC BY 2.0


John Tann - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Hardyplants - Public Domain

Wortels


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: Subsp. lapathifolia: Rechtopstaande, donkergroene stengels die soms rood aangelopen zijn.
Subsp. pallida: Dofgroene, opstijgende tot rechtopstaande stengels.
Subsp. brittingeri: Stengels liggend of aan de top opstijgend.


AnRo0002 - CC0


John Tann - CC BY 2.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: De eironde tot meestal langwerpige of lijn-lancetvormige bladen hebben meestal een zwarte vlek. De onderste jonge bladen zijn aan de onderkant min of meer viltig behaard. Op de onderkant van de bovenste bladen groeien geelachtige, ronde klieren (Perzikkruid heeft niet zulke klieren).
Subsp. lapathifolia: De bladen zijn aan de onderzijde kaal of soms (op droge plaatsen) iets behaard. Gewoonlijk zijn ze lancetvormig met een min of meer spitse top en een gegolfde rand en met meestal een zwarte, halvemaan- tot hoefijzervormige vlek.
Subsp. pallida: De bladen zijn gewoonlijk langwerpig en vaak onduidelijk gevlekt.
Subsp. brittingeri: De onderste bladen zijn breed, bijna cirkelrond tot elliptisch en stomp. De hogere bladen zijn elliptisch of eirond en spitser. Alle bladen zijn aan de onderzijde meestal viltig en aan de bovenzijde vrijwel steeds donker gevlekt.


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in dichtbloemige schijnaren. Ze zijn roze, groen of groenwit. Bloemstelen met geelachtige klieren.
Subsp. lapathifolia: De bloeiende plant ruikt opvallend zoetig. De schijnaren zijn dun en vaak slap (knikkend). Het bloemdek is wit (soms rozerood) met een groene voet. Na de bloei wit blijvend. Met weinig kliertjes.
Subsp. pallida: De schijnaren zijn dikker dan die van de Knopige duizendknoop, vooral als de vruchten rijp zijn, en staan rechtop. Het bloemdek is aanvankelijk wit met een groene voet, later vaak helemaal groen (zelden helemaal roodachtig) en met vele kliertjes.
Subsp. brittingeri: Aren meestal trosvormig samengevoegd in een korte bloeiwijze. Het bloemdek is wit met een groene voet, later wit blijvend of roodachtig (dus niet groen wordend) en met vele kliertjes.


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Harry Rose - CC BY 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De dopvruchten zijn lensvormig afgeplat. De zaadjes zijn glanzend zwart. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.
Subsp. lapathifolia: De nootjes zijn kleiner dan die van de andere ondersoorten en vaak iets langer dan breed.
Subsp. pallida: De nootjes zijn groter en in omtrek rond.


Franco Caldararo - Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


D. Walters and C. Southwick - CC BY-NC 3.0 US


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op natte tot vochtige, voedselrijke, stikstofrijke, niet zure en meestal omgewerkte grond (op de meeste grondsoorten).

Groeiplaatsen: Akkers (zandige akkers en hakvruchtakkers), braakliggende grond, opgespoten grond, ruigten, omgewerkte of pas ingezaaide bermen, waterkanten (kanalen, sloten, vijvers, plassen en op aanspoelselgordels van rivieren) en ruderale plaatsen (o.a. bij persvoerkuilen en mesthopen).

Verspreiding

Wereld: Wereldwijd.

Beklierde duizendknoop - Persicaria lapathifolia

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Beklierde duizendknoop

Verspreidingsatlas.nl

Knopige duizendknoop - Persicaria lapathifolia subsp. lapathifolia

Verspreidingsatlas.nl

Oeverduizendknoop - Persicaria lapathifolia subsp. brittingeri

Verspreidingsatlas.nl

Viltige duizendknoop - Persicaria lapathifolia subsp. pallida

Verspreidingsatlas.nl

Groenige duizendknoop - Persicaria lapathifolia subsp. mesomorpha

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen, maar iets minder in de Limburgse Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Beklierde duizendknoop - Persicaria lapathifolia

Wallonië: Algemeen, maar zeldzamer ten zuiden van de lijn Samber en Maas.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)

Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)

Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)

Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra