Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Berendruif - Arctostaphylos uva-ursi

Andere namen

Frysk: Bearedrúf

English: Bearberry

Français: Raisin d'ours

Deutsch: Bärentraube

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ericales

Familie: Ericaceae (Heifamilie)

Geslacht: Arctostaphylos (Berendruif)

Soort: Arctostaphylos uva-ursi

Naamgeving (Etymologie): De naam Berendruif is afkomstig van de veronderstelling dat beren de melige vruchten erg lekker zouden vinden. Arctostaphylos komt van het Oud-Griekse arkto (beer) en staphyle (druif). Uva-ursi komt van het Latijnse uva (druif) en crispus (kroezig of dicht gekruld), waarschijnlijk vanwege de borstelig behaarde jonge bessen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Dwergstruik.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: Maart en april, soms tot in september.

Afmeting: 20-60 cm, maar kan matten van vele vierkante meters vormen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Takken: Berendruif vormt vaak grote matten. De lange, liggende of kruipende, houtige takken hebben zijstengels, die zich aan de top oprichten tot ongeveer 10 cm boven de grond.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De wintergroene, stompe, verspreidstaande, 1 tot 3 cm lange bladen zijn leerachtig, kaal, zwak glanzend en langwerpig tot omgekeerd eirond met een gave rand. De bladrand is vlak (dus niet omgerold, zoals bij Rode bosbes). De bladen zijn netvormig geaderd en de onderkant is lichtgroen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De vijftallige bloemen staan met drie tot acht bijeen in korte, overhangende trossen (kleine eindelingse kluwens). De rozewitte, klokvormige of urnvormige (met een smalle opening en korte, roodachtige slipjes), naar de top kegelvormige bloemkroon is 5-6 mm in doorsnee. De stamper is korter dan de bloemkroon en met een bovenstandig vruchtbeginsel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een steenvrucht (meestal met vijf kernen). De glanzend rode tot roze bessen zijn 6-8 mm in doorsnee. Het vruchtvlees is melig en wrang. Vogels eten de bessen wel. Tweezaadlobbig.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Walter Siegmund - CC BY 2.0


Walter Siegmund - CC BY 2.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, soms vrij droge, voedselarme, zwak zure grond. Vaak op blootliggende plaatsen en op dunne veenbodems.

Groeiplaatsen: Zeeduinen (aan de rand van zure duinvalleien en op duinhellingen), heide (meestal in de buurt van Grove dennen en rotsheide).

Verspreiding

Wereld: Gebergten en koudere delen op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam op Terschelling. Vroeger (tot 1942) ook op de Veluwe.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

Medicinaal: De plant werd vroeger door tabak gemengd. Daarnaast dient de looistof in de bladeren sinds lang als grondstof voor leerlooiers in Noord-Europa. Zij maken er hun marokijn en juchtleder van. De bladeren van de Berendruif worden in medicinale drankjes verwerkt. Al in de 16e eeuw werden deze eigenschappen van de plant ontdekt. Zo kan de plant de blaasfunctie en urinewegen ondersteunen.

Cultuur: De struik wordt als sierplant (als bodembedekker) gebruikt. De honingrijke bloemen zijn in trek bij bijen.

Vermeerderen: Zaaien, meteen na het rijpen van de vrucht (september). Het vruchtvlees verwijderen, de zaden met (zand-)grond vermengen en (eventueel onder glas) uitzaaien.
Afleggen (Jonge krachtige scheuten moeten ten minste drie bladeren en/of ogen hebben. De jonge scheuten buig je voorzichtig naar beneden tot deze de grond raakt. Op de plaats waar de scheut de grond raakt snij je een kleine inkeping in de scheut. Buig nu de scheut weer naar beneden en controleer of de plaats waar je zojuist de inkeping hebt gemaakt de grond raakt. Zet de tak goed vast (bijv. met ijzerdraad in een U vorm gebogen) en bedek de tak met goede grond. Zorg ervoor dat de drie bladeren en/of ogen niet ingegraven zijn. Houd de komende periode de grond goed vochtig zodat de tak gemakkelijk wortel kan schieten).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cleyne Bucxboom
Cruijdeboek, deel 6, Rembert Dodoens. Van der boomen, haghen, ende alle houtachtighe gewassen, en van huerder vruchten, gummen ende sapen ondersceet, fatsoen, naem, natuere, cracht ende werkinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)

Flora regni borussici, deel 5, A.G. Dietrich (1837)

Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Addisonia, deel 13, M.E. Eaton (1928)


Köhler's Medizinal-Pflanzen in naturgetreuen Abbildungen mit kurz erläuterndem Texte, H. A. Koehler (1887)


Flore médicale, deel 2, F.P. Chaumeton (1829)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Vollständige Beschreibung und Abbildung der Sämmtlichen Holzarten, F.L. Krebs (1826)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Traité des arbrisseaux et des arbustes cultivés en France, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1825)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, deel 20, C. Bollmann (1879-1882)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 1, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1891-1893)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra