Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Bergbasterdwederik - Epilobium montanum

Andere namen

Frysk: Bosktieneblom

English: Broad-leaved Willowherb

Français: Epilobe des montagnes

Deutsch: Berg-Weidenröschen

Verouderde of andere namen: Bergwilgenroosje

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Myrtales

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Geslacht: Epilobium (Basterdwederik)

Soort: Epilobium montanum

Naamgeving (Etymologie): Epilobium is van oorsprong een Oud-Griekse naam: epi betekent op, lobos is hauw of peul en ion is een viool. De zaaddoos lijkt op een hauw en de bloem lijkt op Viola matronalis (Hesperis matronalis - Damastbloem), maar verschilt daarvan doordat de bloem op het vruchtbeginsel (de zaaddoos) is geplaatst. Montanum betekent van de bergen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 10-80 cm.


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si

Wortels: Een korte wortelstok met uitlopers, die in overwinteringsknoppen eindigen en die vaak tot vlak boven de grond uitgroeien en daar groen worden.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, rolronde stengels zijn lichtgroen, maar op zonnige plaatsen vaak rood aangelopen. Ze hebben geen lijsten en zijn zwak behaard (met korte aangedrukte haren en afstaande klierharen). De stengel is niet vertakt of alleen bovenaan een beetje vertakt.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Donald Hobern - CC BY 2.0

Bladeren: De 4-7 cm lange en 1,5-3,5 cm brede, eironde tot langwerpige bladen hebben een afgeronde of zwak hartvormige voet, een onregelmatig getande rand (soms ongetand) en een zeer korte steel. De stengelbladen zijn tegenoverstaand, maar de schutbladen (bovenaan) staan verspreid. De bladrand is onregelmatig getand.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Donald Hobern - CC BY 2.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. Voor de bloei hangt de top van de bloeiwijze wat voorover en komt pas overeind tijdens de bloei. De bloeiwijze-as heeft korte, gekromde haren en (vrijwel) geen klierharen. Voor de bloei hangt de top van bloeiwijze (een ijle tros) voorover. De bloemen zijn 0,6-1,2 (soms tot 1,5) cm in doorsnede. De lichtroze of zelden witte kroonbladen zijn uitgerand. De vier kelkbladen zijn smal en aan de top stomp afgerond. De kelk is afstaand klierachtig behaard. De stempel heeft vier kruisvormig uitstaande lobben. Het lange vruchtbeginsel is onderstandig.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Donald Hobern - CC BY 2.0


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Ans Gorter - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. De vrucht is afstaand klierachtig behaard en gaat, als deze rijp, is met vier lijsten open.. Zaden met vruchtpluis. De zaden zijn langlevend (langer dan 5 jaar). Tweezaadlobbig.


pjt56 - CC BY-SA 3.0


pjt56 - CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Meestal licht beschaduwde, open plaatsen op vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, meestal zwak zure, maar soms kalkrijkere grond (zand, leem, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (slootkanten), omgewerkte grond (o.a. in tuinen), braakliggende grond, oude muren, bossen (loofbossen), kapvlakten, heggen, struwelen, hakhout, bosranden, langs beschaduwde wegen, in holle bomen, op boomstammen, plantsoenen, langs spoorwegen, haventerreinen, bouwterreinen, afwateringsgoten en zeeduinen (laag duinstruweel en duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Europa, Midden-Siberië en Japan.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen, maar minder algemeen in het noordoosten.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in het kustgebied, in Vlaanderen en in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands flora, deel 17, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1838-1839)


Iconographie du Genre Epilobium, Epilobes d'Amérique, Epilobes d'Europe, Augustin Abel Hector Léveillé (1911)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra