Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Bergbeemdgras - Poa chaixii

Frysk: Boskmiedegers

English: Broad-leaved Meadow-grass

FranÁais: P‚turin de Chaix

Deutsch: Wald-Rispengras

Synoniemen: Poa sylvatica, Bosbeemdgras

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Poa is het Griekse woord voor gras. Chaixii is genoemd naar de Franse botanist Dominique Chaix die leefde van 1730 tot 1799.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 40-100 cm.


Daderot - Public Domain


Daderot - Public Domain


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Geen wortelstok en meestal ook geen uitlopers.


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org - Public Domain


herbariaunited.org


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: Dichte pollen vormend.


© Jildert Hijlkema -
CC BY-SA 3.0


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De onderste bladeren staan waaiervormig bijeen, doordat de scherp gekielde en zijdelings samengedrukte (sterk afgeplatte) bladscheden tot een platte bundel ineengevouwen zijn. De bladschijf is 0,5-1 cm breed en kan enige dm lang worden. Ze heeft een licht gekleurde, scherpe rand. De bladtop is kapvormig. Het tongetje is afgeknot en hoogstens 1Ĺ mm.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix: JC Schou


Mathilde Duverger - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Mathilde Duverger- tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. Vaak bloeit de plant maar weinig. De bloeiwijze is recht of iets gebogen. Aartjes met drie tot zes bloemen. Het lemma zonder wollige haren en na verdroging met uitspringende nerven.


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0


Mathilde Duverger - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Eenzaadlobbig.


Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme, zwak zure, kalkarme, lemige grond.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen op bronhellingen, hellingbossen en parkbossen), bosranden, kapvlakten en lanen (stinzenmilieu).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Midden-Europa. In bergstreken in Midden-Europa, van Noord-Spanje tot RoemeniŽ. Noordelijk tot in Zuid-BelgiŽ en Midden-Duitsland. Hier en daar ingeburgerd in Noord- en Noordwest-Europa en op een aantal plaatsen in Noord-Amerika.

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten van het land en misschien ook nog in Zuid-Limburg (langs de Geul). Elders aangevoerd met graszaad, o.a. aan de Hollandse binnenduinrand en in Midden-Nederland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Leemstreek en de Kempen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in het Maasgebied en de Ardennen. Elders veel zeldzamer.

Toepassingen

Cultuur: In Noord- en Noordwest-Europa is het als siergras of als wintervoer voor het wild in landgoedbossen uitgezaaid en hier en daar ingeburgerd.

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Sudeten-Rispengras
Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Sudetenflora, M. Winkler (1900)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Svensk botanik, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)

Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1922)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL