S Bergklokje - Campanula rhomboidalis

Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Bergklokje - Campanula rhomboidalis

Frysk:

English: Broad-leaved Harebell

FranÁais: Campanule ŗ feuilles en losange

Deutsch: Rautenblšttrige Glockenblume

Synoniemen:

Familie: Campanulaceae (Klokjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem. Rhomboidalis betekent ruitvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 20-50 cm.


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Wortelstokken.


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De dunne, opstijgende of rechtopstaande stengels zijn kantig.


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Jean-Jacques Houdrť - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De meeste stengelbladen verschillen weinig in vorm en grootte (een verschil met de meeste inheemse klokjes). De onderste bladen zijn gesteeld, eirond, niet of weinig behaard, getand en met een hartvormig tot niervormig of afgeronde voet. De hogere stengelbladen kunnen tamelijk dicht opeen tot vrij ver uiteen staan en zijn eirond tot lancetvormig en getand. De meeste verschillen maar weinig in vorm en grootte.


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De hangende bloemen groeien in een armbloemige tros. Ze zijn blauw en 1,6-2,2 cm groot. De bloemknoppen staan rechtop. De kelk is kaal en korter dan de helft van de bloemkroon. De kelktanden zijn lijnvormig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Giacomo Bellone - CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond.

Groeiplaatsen: Grasland (bergweiden, grazige hellingen, nat bemest grasland en vloeiweiden. Bergklokje groeide in BelgiŽ en Nederland in vloeiweiden. Dat zijn voormalige heideterreinen die in de tweede helft van de negentiende eeuw met behulp van kalkrijk water in grasland werden omgezet en waar graszaad uit Midden-Europese bergstreken werd uitgezaaid. Met dit graszaad werd ook Bergklokje aangevoerd.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de Jura en het westelijke deel van de Alpen.

Nederland: Vroeger in Noord-Brabant bij Bergeyk. Daar voor het laatst gevonden in 1950.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen bij Lommel en Neerpelt.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands flora, deel 17, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1838-1839)


La flore et la pomone francaises, deel 1, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1828)


Die Alpenpflanzen nach der Natur gemalt, deel 4, J. Seboth, F. Graf (1839)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL