Wilde planten in Nederland en België

Bergroos - Rosa glauca

Frysk:

English: Red-leaved rose (Glaucous rose)

Français: Rosier glauque (Rosier à feuilles rouges)

Deutsch: Bereifte Rose (Rotblättrige Rose)

Synoniemen: Rosa rubrifolia, Rosa ferruginea

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Rosa is het Latijnse woord voor roos. De naam komt komt via het Griekse rodon van het Oudperzische wurdo (doornstruik). Glauca betekent zeegroen-blauw.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 100-300 cm.


Genevieve Botti - tela-botanica.org -
CC BY-SA-2.0 FR


Joanna Boisse -
CC BY-SA 4.0


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA-2.0 FR


René Stalder -
CC BY-NC 4.0

Takken: Een rechtopstaande struik. De jonge, glanzend rode of bruine takken zijn blauw berijpt. De takken worden later grijsachtig. Op de kale takken groeien rechte of licht gebogen stekels.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA-2.0 FR


simon22199 -
CC BY-NC 4.0


Alexander Rumpel -
CC BY-NC 4.0


peganum -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De bovenkant van de zeventallig geveerde bladeren is kaal, roodachtig groen of blauwachtig of roodachtig berijpt (met name jonge bladeren). De onderkant is kaal en niet beklierd, evenals de bladspil en de bladsteel. Zelden op de hoofdnerf behaard. De reukloze, elliptische, niet glanzende, onbehaarde en onbeklierde deelblaadjes zijn enkelvoudig gezaagd. Ze zijn 2-3,5 cm lang en 1-1,5 cm breed. Aan de voet zijn ze afgerond en aan de top toegespitst. De steunblaadjes zijn eveneens niet behaard, maar wel met klieren aan de rand.


Ola Vestre -
CC BY 4.0


andreas_berger -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Genevieve Botti - tela-botanica.org -
CC BY-SA-2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemstelen zijn 0,5-2 cm lang en kunnen al of niet begroeid zijn met klieren. De 2,5-3 cm grote bloemen staan met twee tot zes bijeen. De kroonbladen zijn dieprood tot roze met een witte nagel. De steil opgerichte kelkbladen zijn ongedeeld en beklierd. Ze zijn twee keer zo lang als de kroonbladen en blijven tot in de winter (tijdens de rijping van de rozenbottel vallen ze dus niet af). De korte, wollig behaarde stijl is vrij (niet vergroeid tot een zuiltje).


Sakurai Midori -
CC BY-SA 3.0


Genevieve Botti - tela-botanica.org -
CC BY-SA-2.0 FR


misaosaurus -
CC BY-NC 4.0


lorenzodotti -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een vlezige schijnvrucht. De al of niet beklierde bottelsteel is 1- 2,5 cm lang. De rijpe 1-1,5 cm lange en 1,5 cm brede, al of niet beklierde bottels zijn bruin tot oranjerood. Het stijlkanaal is meer dan 2 mm groot. Tweezaadlobbig.


Alexis -
CC BY 4.0


Ted Smit - CC BY-NC-ND 4.0


Anatoliy Khapugin -
CC BY-NC 4.0


Jan Sørensen -
CC BY 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op droge, kalkhoudende, stenige grond.

Groeiplaatsen: Zeeduinen en langs spoorlijnen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit berggebieden in Midden- en Zuid-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië
: Zeer zeldzaam ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL