Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Bergsteentijm - Clinopodium menthifolium

Frysk:

English: Wood calamint

FranÁais: Calament des bois (Calament ŗ feuilles de menthe)

Deutsch: Wald-Bergminze

Synoniemen: Satureja calamintha subsp sylvatica, Calamintha sylvatica, Calamintha menthifolium, Calamintha menthifolia, Thymus calamintha, Clinopodium nepeta subsp. sylvaticum

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Clinopodium is Oud-Grieks voor voetenbankje en komt van van klinoo (neerliggend) en podion (voetje), d.w.z. planten met een liggende stengel. Clinopodium verwijst naar de harige schutbladen, die een bankje voor de bloemen vormen. Waarschijnlijk werd echter vroeger tijm met deze naam bedoeld. Menthifolium betekent gelijkend op het blad van Mentha (Munt).

Ondersoorten: Bergsteentijm wordt vaak verdeeld in talrijke ondersoorten (of soms soorten).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli, augustus en september.

Afmeting: 30-80 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Catherine Legrand  - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Wortelstokken met lange uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, lang behaarde stengels zijn nauwelijks vertakt. De planten verpreiden een muntgeur.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Jean-Pierre Cazes - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De donkergroene, eironde, grof getande (zes tot tien paar vrij diepe tanden) en gesteelde bladen zijn 2Ĺ-7 cm lang. De zijnerven van het blad buigen af voor de bladrand.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Michel Gaubert - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Pierre Cazes - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De gesteelde, naar ťťn kant gekeerde bloemen groeien aan een aarvormige bloeistengel (in losse kransen), met op de vertakkingspunten langwerpige schutblaadjes. De roze tot lila bloemkroon (1,5-2,2 cm) steekt ver buiten de kelk (0,6-1,1 cm) uit. Op de drielobbige onderlip zie je witte vlekken. De buisvormige kelk is tweelippig, met een haarkrans in de keel en met dertien nerven. De kelktanden zijn ook na de bloei naar voren gericht, de bovenste tanden zijn 1Ĺ-2 mm lang en de onderste 3-4 mm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een splitvrucht. Tweezaadlobbig.


Daniel Cahen - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Filiberto Fiandri -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak licht beschaduwde plaatsen op droge, voedselarme, kalkrijke grond (stenige plaatsen en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen), struwelen, bosranden, heggen, grasland (kalkgrasland en grazige hellingen) en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ en Zuid-, Zuidwest- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en nog op enkele andere plaatsen, o.a. in Nijmegen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Naturalis Biodiversity Center, Leiden (1893)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL