Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Bezemkruiskruid - Senecio inaequidens

Frysk: Biezemkrķswoartel

English: Narrow-leaved Ragwort

FranÁais: SťneÁon du Cap

Deutsch: Schmalblšttriges Greiskraut

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam Bezemkruiskruid heeft te maken met de groeiwijze die wat lijkt op een omgekeerde bezem (door de smalle bladen). De naam kruisKruid. is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Inaequidens betekent met ongelijke tanden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus, september, oktober, november en december.

Afmeting: 20-110 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een diepgaand wortelstelsel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De plant is bezemvormig vertakt en weinig of niet behaard. De stengels zijn opstijgend tot rechtopstaand, kantig en meestal glanzend rood. Ze zijn vanaf de houtige voet vertakt. Het onderste, houtige deel overwintert.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladen zijn smaller dan die van de andere inheemse kruisKruid.en. Ze zijn lijnvormig, 1-5 (soms tot 8) mm breed, donkergroen, iets vlezig, aan de voet verbreed (een geoorde voet) en halfstengelomvattend. De bladrand is gaaf tot getand.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. De bloemen vormen samen een losse, sterk vertakte pluim, die voor de bloei overhangt. De tien tot veertien lintbloemen (straalbloemen) zijn glanzend goudgeel, zelden bleekgeel. De buitenkrans van het omwindsel telt tien of meer blaadjes (gemiddeld dertien), die naar boven toe uitlopen in een witte, franjeachtig getande rand. De vijf meeldraden zijn vergroeid met elkaar. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De cilindervormige nootjes zijn behaard, met bovenaan sneeuwwit vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, vrij open plaatsen (pionier) op matig droge tot vrij natte, matig voedselrijke grond (zand, zavel, lŲss, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen, zeeduinen, vrij open plekken langs rivieren en kanalen, bermen, afgravingen (grindgaten), mijnsteenbergen, vluchtheuvels, parkeerplaatsen, omgewoelde bermen, opgespoten grond, braakliggende grond, omgewerkte grond, natte ruigten, tussen straatstenen, tegen muren en op oude muren, plantsoenen, industrieterreinen, haventerreinen en steile hellingen. In Zuid-Afrika komt de plant voor in de bergen in het oosten op rotsige hellingen en met kiezel bedekte beekbodems.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. Met wol werd de soort naar Europa, ArgentiniŽ en Zuid-AustraliŽ verspreid. De eerste vondsten in Europa dateren van rond 1900.

Nederland: Vrij algemeen. Voor het eerst aangetroffen in 1939 (Tilburg). Het meest in Zuid-Limburg en in stedelijke gebieden. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd. De soort heeft zich sterk uitgebreid.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in het Maas- en Vesderdal. Sinds ongeveer 1975 ingeburgerd. Omstreeks 1920 voor het eerst gevonden bij Verviers (wolnijverheid).

Wetenswaardigheden

Zoals vrijwel alle planten van het geslacht Senecio bevat de plant pyrrolizidine alkaloÔden. Consumptie door mens en (zoog)dier moet worden vermeden. Het kan leverbeschadiging tot gevolg hebben.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL