Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Biestarwegras - Elytrigia juncea subsp. boreoatlantica

Andere namen

Frysk: Strânweet

English: Sand Couch

Français: Chiendent à feuilles de Jonc

Deutsch: Strand-Quecke

Verouderde of andere namen: Elymus farctus, Elytrigia junceiformis, Agropyrum junceum, Thinopyrum junceiforme

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Elytrigia (Kweekgras)

Soort: Elytrigia juncea ssp. boreoatlantica

Naamgeving (Etymologie): Elytrigia komt van het Griekse elyo (ik bedek), naar de groeikracht. Het is mogelijk een combinatie van Elymus en triticum. (Agropyron is de oude naam en betekent veldtarwe). Juncea betekent rusachtig of een rus lijkend.

Kruising: Biestarwegras kan een bastaard vormen met Zeekweek (Elytrigia x obtusiuscula).


Elytrigia x obtusiuscula
Bas Kers - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Elytrigia x obtusiuscula
Bas Kers - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Elytrigia x obtusiuscula
Bas Kers - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Elytrigia x obtusiuscula
Bas Kers - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-60 cm.


Jan van der Straaten - freenatureimages.eu


verspreidingsatlas.nl - © Peter Meininger


Sten Porse - CC BY-SA 3.0


verspreidingsatlas.nl - © Adrie van Heerden

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De grijsblauwe stengels zijn aan de voet vaak bruinrood.


Daniel Mathieu - CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix: JC Schou


Daniel Mathieu - CC BY-SA 2.0 FR


Elen Lepage - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De ongeveer 8 mm brede, starre, sterk geribde bladschijf is vaak min of meer ingerold (eerst zijn ze vlak, maar later vaak sterk ingerold) en heeft een stekende punt. Op de bladribben groeien dichte rijen zeer korte haartjes. Het tongetje is zeer kort. Bovenaan de bladscheden ontbreken de oortjes. De onderste bladscheden zijn meestal ten dele glanzend roodbruin.


verspreidingsatlas.nl - © Adrie van Heerden


Daniel Mathieu - CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix - JC Schou


© Biopix - JC Schou

Bloemen: Tweeslachtig. De aartjes groeien in twee rijen in de stijve, 5-20 cm lange aar. Soms hangt de top van de aar enigszins over. De as van de aar erg bros. De aartjes zelf zijn 1,5-3 cm lang, met vijf tot acht bloemen. Dikke en stugge kelkkafjes met zeven tot elf nerven en een stompe top. De helmknoppen zijn 6-8 mm. Het lemma loopt aan de top uit in een stompe, harde knobbel. Het lemma van de onderste bloem is vijfnervig.


verspreidingsatlas.nl - © Adrie van Heerden


verspreidingsatlas.nl - © Adrie van Heerden


© Biopix - JC Schou


© Biopix - JC Schou

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, brakke, stuivende grond (duinzand).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (strandvlakten en aan de duinvoet) en op vloedmerk.

Verspreiding

Wereld: Aan de kust van West-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië, Estand, Letland en Litouwen. Een andere ondersoort groeit langs de Middellandse Zee.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen aan de kust, zeldzaam in Zeeland en zeer zeldzaam of verdwenen langs het IJsselmeer.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.

Biestarwegras

Verspreidingsatlas.nl

Zeekweek x Biestarwegras (Elytrigia × obtusiuscula)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen langs de kust.
Rode lijst. Zeldzaam.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Wetenswaardigheden

De plant is zouttolerant en groeit alleen onder omstandigheden waarin het bodemvocht een zoutgehalte heeft van 2%. De plant kan aanstuivend zand vast houden en zorgt zo voor de eerste duinvorming op het strand. Biestarwegras groeit goed in lage zandduintjes die regelmatig door zeewater worden overspoeld. Zodra het zandduin te groot wordt vestigen zich andere grassoorten, zoals Helm (Ammophila arenaria) en Zandhaver (Leymus arenarius) en sterft Biestarwegras af.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


3. Binsen-Quecke
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra