Biezenknoppen - Juncus conglomeratus

Andere namen

Frysk: Heanen

English: Compact Rush

Français: Jonc aggloméré

Deutsch: Knäuelbinse

Verouderde namen: Juncus subuliflorus

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Geslacht: Juncus (Rus)

Soort: Juncus conglomeratus

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Conglomeratus betekent opeengehoopt in kluwens.

Kruising: De bastaard Juncus conglomeratus x effusus (Biezenknoppen en Pitrus) is min of meer intermediair tussen de ouders.

Deze hybride van Pitrus en Biezenknoppen staat op zonnig tot licht beschaduwde, vochtige tot natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot zure, basenarme tot basenrijke, stikstofarm tot matig stikstofrijk, meestal kalkarme en verstoorde zand-, leem- en veenbodems. Ze groeit in diverse grasland- en bostypen, in ontkalkte en ontzilte duinvalleien, langs waterkanten en greppels, in natte heiden en bemeste -vennen, op heidepaden en langs karrensporen, in veenmosrietlanden, afgravingen en bermen. De bastaard komt overal voor waar de beide stamouders in elkaars nabijheid groeien. Het taxon is zeldzaam in Nederland, maar wordt waarschijnlijk veel over het hoofd gezien. Het verspreidingskaartje laat in twee streken een concentratie van stippen zien, deze weerspiegelen eerder floristische activiteiten dan het feit dat het taxon elders zeldzamer zou zijn. In de literatuur is sprake van zowel een sterk verminderde als van een slechts weinig afgenomen fertiliteit Wel staat vast dat de hybride geheel intermediair tussen de ouders is en eigenlijk alleen in het veld herkenbaar.
René van Moorsel - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni (3 tot 4 weken eerder dan Pitrus).

Afmeting: 20-120 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


https://www.kuleuven-kulak.be


Notafly - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een korte, gedrongen wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: Een dofgroene, in dichte pollen groeiende plant. Stengels met meestal twintig tot vijftig (onder de bloeiwijze ongeveer tien) duidelijke, ruwe ribben. De ribben staan vrij ver uit elkaar (enigszins kurketrekkerachtig). De stengels bevatten niet erg compact (maar niet onderbroken) merg en zijn gemakkelijk samen te knijpen.


S. Rae - CC BY 2.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De voet van de stengel wordt omhuld door wortelstandige, schedeachtige, licht roodbruine tot geelbruine, weinig of niet glanzende bladen, zonder echte bladschijf. De schede van het onderste schutblad van de bloeiwijze heeft weinig ingerolde randen en aan de rugzijde van de bloeiwijze vertoont het een duidelijke verbreding en afplatting en vaak ook een knik. Vaak slaat het schutblad na de bloei terug, zodat de (bloeiwijzen (knoppen) dan het hoogst geplaatste deel van de halm vormen.


AnRo0002 - CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een schijnbaar uit de bovenste helft van de halm uittredende bloeiwijze. Deze bloeiwijze is gewoonlijk 2-4 cm lang, compact en tot een kluwen ineengedrongen, maar de bloeiwijze kan soms ook losbloemig zijn (soms komen beide vormen voor aan dezelfde plant). Meestal komen per bloem slechts drie meeldraden tot ontwikkeling.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Anne Burgess - CC BY-SA 2.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Vruchten: Een doosvrucht. De glanzend rossig-bruine vrucht heeft aan de top een indeuking of afplatting met daarin een kleine verhoging en het restant van de stijl. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


AnRo0002 - CC0


Ivar Leidus - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms half beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme tot matig voedselrijke, zure tot zwak zure, meestal kalkarme grond (zand, leem en veen). Niet op brakke grond.

Groeiplaatsen: Grasland (moerassige laagten in schraal hooiland, blauwgrasland en weiland), bermen, langs spoorwegen, waterkanten (langs poelen, vennen en greppel), heide (langs heidepaden en natte heide), afgravingen (zandgroeven), zeeduinen (duinvalleien, moerassen en binnenduinweiland), moerassen (veenmosrietland), kapvlakte, bossen (moerasbossen, broekbossen en in loofbossen langs bospaden). Biezenknoppen groeit op allerlei plaatsen waar ook de nauw verwante Pitrus voorkomt, maar Biezenknoppen is kieskeuriger dan Pitrus. Verstoring van de waterhuishouding kan Biezenknoppen begunstigen, maar bemesting en beschaduwing verdraagt de plant slechts in beperkte mate.

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika, op enkele plaatsen in West-Azië en in Europa, behalve in de meest noordelijke, noordoostelijke en zuidoostelijke delen. In Scandinavië in de kuststreken ongeveer tot de poolcirkel. Elders soms ingeburgerd, o.a. in Noord-Amerika.

Biezenknoppen - Juncus conglomeratus

Nederland: Algemeen. Het meest in het oosten, midden en noordoosten van het land, in laagveengebieden en op de Waddeneilanden. Zeldzaam in zeekleigebieden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Biezenknoppen

Verspreidingsatlas.nl

Biezenknoppen x Pitrus

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Biezenknoppen - Juncus conglomeratus

Wallonië: Vrij algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1835-1837)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1812)

Lehrbuch der Botanik für Gymnasien, Realschulen, forst- und landwirthschaftliche Lehranstalten, pharmaceutische Institute etc. sowie zum Selbstunterrichte (1872)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra