Wilde planten in Nederland en België

Biezenknoppen - Juncus conglomeratus

Frysk: Heanen

English: Compact Rush

Français: Jonc aggloméré

Deutsch: Knäuelbinse

Synoniemen: Juncus subuliflorus

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Conglomeratus betekent opeengehoopt in kluwens.

Kruising: Juncus conglomeratus x effusus is de bastaard van Biezenknoppen en Pitrus.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni (3 tot 4 weken eerder dan Pitrus).

Afmeting: 20-100(-120) cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


vesper -
CC BY-NC 4.0


AnRo0002 -
CC0

Wortels: Een korte, gedrongen wortelstok.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: Een dofgroene, in dichte pollen groeiende plant. Stengels met meestal twintig tot vijfenveerttig (onder de bloeiwijze ongeveer tien) duidelijke, ruwe ribben. De ribben staan vrij ver uit elkaar (enigszins kurketrekkerachtig). De stengels bevatten niet erg compact (maar niet onderbroken) merg en zijn gemakkelijk samen te knijpen.


S. Rae -
CC BY 2.0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De voet van de stengel wordt omhuld door wortelstandige, schedeachtige, licht roodbruine tot geelbruine, weinig of niet glanzende bladen, zonder echte bladschijf.


Dmitriy Bochkov -
CC BY 4.0


Madison Ducrocq -
CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Castle Castle -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schede van het stengelachtige schutblad van de bloeiwijze heeft weinig ingerolde randen en aan de rugzijde van de bloeiwijze vertoont het een duidelijke verbreding en afplatting en vaak ook een knik (meestal is het breder dan de stengel). Het knakt spoedig Vaak slaat het schutblad na de bloei terug, zodat de bloeiwijzen (knoppen) dan het hoogst geplaatste deel van de halm vormen. Een schijnbaar uit de bovenste helft van de halm uittredende bloeiwijze. Deze bloeiwijze is gewoonlijk 2-4 cm lang, compact en tot een kluwen ineengedrongen, maar de bloeiwijze kan zelden ook losbloemig zijn (soms komen beide vormen voor aan dezelfde plant). Meestal komen per bloem slechts drie meeldraden tot ontwikkeling.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


John Crossley - CC BY-NC-ND 4.0


Jacques Maréchal -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een doosvrucht. De glanzend rossig-bruine vrucht heeft aan de top een indeuking met daarin een kleine verhoging en het restant van de stijl. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Ivar Leidus -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms half beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme tot matig voedselrijke, zure tot zwak zure, meestal kalkarme grond (zand, leem en veen). Niet op brakke grond.

Groeiplaatsen: Grasland (moerassige laagten in schraal hooiland, blauwgrasland en weiland), bermen, langs spoorwegen, waterkanten (langs poelen, vennen en greppel), heide (langs heidepaden en natte heide), afgravingen (zandgroeven), zeeduinen (duinvalleien, moerassen en binnenduinweiland), moerassen (veenmosrietland), kapvlakte, bossen (moerasbossen, broekbossen en in loofbossen langs bospaden). Biezenknoppen groeit op allerlei plaatsen waar ook de nauw verwante Pitrus voorkomt, maar Biezenknoppen is kieskeuriger dan Pitrus. Verstoring van de waterhuishouding kan Biezenknoppen begunstigen, maar bemesting en beschaduwing verdraagt de plant slechts in beperkte mate.

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika, op enkele plaatsen in West-Azië en in Europa, behalve in de meest noordelijke, noordoostelijke en zuidoostelijke delen. In Scandinavië in de kuststreken ongeveer tot de poolcirkel. Elders soms ingeburgerd, o.a. in Noord-Amerika.

Nederland: Algemeen, maar zeldzamer in zeekleigebieden.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J. en J.W. Sturm (1835-1837)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1812)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL