Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Bilzekruid - Hyoscyamus niger

Andere namen

Frysk: Bilzekrûd

English: Black Henbane

Français: Jusquiame noire

Deutsch: Schwarzes Bilsenkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Solanales

Familie: Solanaceae (Nachtschadefamilie)

Geslacht: Hyoscyamus (Bilzekruid)

Soort: Hyoscyamus niger

Naamgeving (Etymologie): De naam Bilzekruid stamt mogelijk uit het Indogermaanse bhel. De Keltische zonnegod Beal wiens stralen niet alleen goed doen, maar ook ernstige ziektes oproepen (dus niet alleen de god van leven en gezondheid, maar ook van de dood). Het kruid van Beal zou dan als iets doodbrengends vertaald kunnen worden. Hyoscyamus komt van het Griekse hys (zwijn) en kyamos (boon). Niger betekent zwart.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-80 cm.


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Mikenorton - CC BY-SA 3.0


Anneli Salo - CC BY-SA 3.0


Daphne mesereum - CC BY-SA 4.0

Wortels


Boris Lariushin - CC BY-SA 4.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, al dan niet vertakte stengels zijn kleverig zacht wollig behaard. De plant is giftig.


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0


Bjoertvedt - CC BY-SA 3.0


Amada44 - CC BY 3.0


Joozwat - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De stinkende bladeren zijn 10-20 cm lang. Ze zijn kleverig zacht behaard en eirond tot langwerpig. Ze hebben soms een vrijwel gave rand, maar meestal zijn ze zijn grof bochtig getand tot soms bijna veerspletig. De onderste bladen zijn lang gesteeld, de bovenste zijn zittend met een halfstengelomvattende of iets aflopende voet. De bloemen staan in de oksels van grote schutbladen, die op de overige bladen lijken en in twee rijen staan.


Fornax - CC BY-SA 3.0


Joozwat - CC BY-SA 3.0


Fornax - CC BY-SA 3.0


Boris Lariushin - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen een lange, aarvormige, eenzijdige, aan de top gekromde bloeiwijze. De bleekgele of vuilgele bloemen zijn zeer kort gesteeld, netvormig paars generfd, onregelmatig trompetvormig (trechtervormig) en 2-3 cm. De slippen zijn enigszins ongelijk. Ze hebben een duidelijke onderlip. De kelk is buisvormig met vijf korte lobben. De meeldraden zijn verschillend in hoogte. De stijl is eerst langer dan de meeldraden, later is dit andersom.


H. Zell - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Bjoertvedt - CC BY-SA 3.0


James St. John - CC BY 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. Na de bloei groeit de kelk uit (tot dubbel zo lang) en omhult, als een urn, de veel kortere kruikvormige doosvrucht. Deze springt met een deksel open. De zaden worden bij harde wind uitgestrooid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Anneli Salo - CC BY-SA 3.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Roger Culos - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkrijke, verstooorde of omgewerkt, vaak stenige grond (zand, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen, op vloedmerkgordels aan de kust, bermen, bij boerderijen, aan de voet van muren, puinstortplaatsen, bouwterreinen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), kalkrijke ruigten, ruderale plaatsen, vuilnishopen, moestuinen, door vee afgetrapte kanten van dijken en waterkanten (op vloedmerkgordels langs rivieren, bijv. grindbanken langs de Maas).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa. (Warm-)gematigde streken in Europa en Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Zuid-Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in de Hollandse en Zeeuwse duinen en in het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Bedreigd. Trend sinds 1950: zeer sterk afgenomen. Zeldzaam. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest langs de Maas, in de duinen en nabij stedelijke gebieden.
Rode lijst. Zeldzaam.

Wallonië: Zeer zeldzaam.
Rode lijst. Met uitsterven bedreigd

Toepassingen

Medicinaal: De gehele plant is zeer giftig. De belangrijkste gifstoffen zijn de zogenaamde tropane alkaloïden scopolamine, hyoscyamine, atropine. De verschijnselen zijn een opgezwollen buik en hevige krampen. Hierop volgt eerst verlamming en ten slotte de dood. In de volksgeneeskunde werd de narcotische en hallucinaties (waanvoorstellingen) opwekkende plant als kramp oplossend middel en bij astma ingezet. De bladeren, en ook de gemakkelijker doseerbare zaden, werden voor hun roesopwekkend effect gerookt. Het gebruik is nu verouderd, omdat het gehalte aan giftige stoffen sterk varieert en gemakkelijk tot vergiftiging kan leiden. De oude volksnamen dolkruid en mallewillempjeskruid wijzen ook op de giftigheid van de plant. Volgens een oude overlevering is het Bilzekruid een onderdeel van de beroemde heksenvliegzalf. Door hedendaagse heksen wordt de plant niet meer gebruikt voor medische of magische toepassingen, omdat een verkeerde dosering dodelijk kan zijn. Tot in de 17e eeuw werd ook bier met het zaad van Bilzekruid versterkt. Bilzekruid is een oeroud geneeskruid, dat al voor 2000 v.Chr. in gebruik was bij de Sumeriërs. Gifstoffen uit deze plant werden wel gebruikt als middel om bekentenissen van politieke gevangenen af te dwingen! De bedwelmende eigenschappen werden ook gebruikt tegen kiespijn.

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Botanische wandplaten


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Herbier de la France, deel 2, P. Bulliard (1776-1783)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)

British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)

Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 1, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1891-1893)


Herbarium Blackwellianum, deel 6, E. Blackwell (1773)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler (1887)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Flora Parisiensis, deel 7, P. Bulliard (1776-1781)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Flora homoeopathica, deel 1, E. Hamilton (1852)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)

New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra